Naar hoofdinhoud
Het bedrag van de gelden die ieder jaar uit hoofde van de toegekende leningen moeten worden vastgelegd, kan in beginsel niet hoger zijn dan 35 miljoen rekeneenheden. De gelden die niet voor een bepaald jaar worden vastgelegd, worden aan de voor het volgend jaar beschikbare middelen toegevoegd. Naarmate de leningen worden verstrekt, stelt de Bank de Lid-Staten in kennis van het vermoedelijke ritme van de ten behoeve van de geldnemers te verrichten stortingen. Over deze prognoses wordt ieder jaar op 30 juni en op 31 december een halfjaarlijks verslag uitgebracht.

Rechtspraak bij dit artikel