Naar hoofdinhoud
De bedragen die door iedere Lid-Staat worden verstrekt of voor zijn rekening worden bijeengebracht, komen ten laste van het aandeel van deze Staat op de grondslag van de pariteit ten opzichte van de rekeneenheid geldende op de dag waarop de middelen met het oog op de betaling aan de geldnemers worden opgevraagd. De overmaking van gelden tussen de Bank en de Lid-Staten geschiedt naar de keuze van deze laatste, hetzij door middel van ontlening aan hun schatkist, hetzij via rekeningen die door iedere Lid-Staat bij zijn nationale schatkist of bij door hem aangewezen instellingen worden geopend. Het opvragen van gelden door de Bank geschiedt naarmate deze daadwerkelijk worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel