Naar hoofdinhoud

Artikel V

De Raad

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 17 januari 1964

1. De Raad bestaat uit afgevaardigden der Lid-Staten; elke Staat heeft twee afgevaardigden, waarvan er ten minste één astronoom dient te zijn. De afgevaardigden kunnen door deskundigen worden bijgestaan. 2. De Raad bepaalt het beleid van de Organisatie in wetenschappelijke, technische en administratieve aangelegenheden; keurt de begroting met twee-derde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten goed en stelt de financiële regelingen vast, overeenkomstig het bij dit Verdrag gevoegde Financiële Protocol; controleert de uitgaven, keurt de geverifieerde jaarrekeningen van de Organisatie goed en maakt deze laatste openbaar; neemt besluiten ten aanzien van de personeelsformatie en keurt de aantrekking van het hoger personeel van de Organisatie goed; publiceert een jaarverslag; keurt het door de Directeur voorgestelde huishoudelijke reglement van de sterrenwacht goed; is bevoegd de maatregelen te nemen die nodig zijn voor het functioneren van de Organisatie. 3. De Raad komt minstens eenmaal per jaar bijeen en stelt zelf de plaats van bijeenkomst vast. 4. Elke Lid-Staat beschikt over één stem in de Raad. Een Lid-Staat mag echter, behalve wat betreft het in artikel II, tweede lid, genoemde basisprogramma, zijn stem ten aanzien van de uitvoering van een programma slechts uitbrengen indien hij voor dat programma een financiële bijdrage heeft toegezegd of indien er wordt gestemd over installaties voor de aanschaffing waarvan hij bijdragen heeft toegezegd. 5. De besluiten van de Raad zijn slechts geldig indien zij worden genomen bij aanwezigheid van de afgevaardigden van ten minste twee-derde van de Lid-Staten. 6. Behalve indien in dit Verdrag anders wordt bepaald, worden de besluiten van de Raad genomen met een volstrekte meerderheid van stemmen van de Lid-Staten die vertegenwoordigd zijn en hun stem uitbrengen. 7. De Raad stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast met inachtneming van de bepalingen van dit Verdrag. 8. De Raad kiest uit zijn midden een Voorzitter, waarvoor een ambtstermijn van één jaar geldt en die ten hoogste tweemaal achtereenvolgens herkozen mag worden. 9. De Voorzitter roept de Raad in vergadering bijeen. Hij is verplicht de Raad in vergadering bijeen te roepen binnen 30 dagen nadat twee of meer Lid-Staten een desbetreffende wens te kennen hebben gegeven. 10. De Raad kan de hulporganen in het leven roepen die nodig zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie. De Raad bepaalt de opdracht van zodanige organen. 11. De Raad bepaalt, met eenparigheid van stemmen van de Lid-Staten, de keuze van de Staat op wiens grondgebied de sterrenwacht wordt gevestigd en de plaats van vestiging. 12. Overeenkomsten met de Staat op wiens grondgebied de zetel is, onderscheidenlijk de sterrenwacht wordt gevestigd, nodig voor de uitvoering van dit Verdrag, worden door de Raad gesloten.

Rechtspraak bij dit artikel