Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Directeur en personeel

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 17 januari 1964

1. De Raad benoemt voor een vastgestelde termijn, met tweederde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten, de Directeur, die slechts verantwoording verschuldigd is aan de Raad. Hij is met de algemene leiding van de Organisatie belast. Hij is de wettelijke vertegenwoordiger van de Organisatie. De Directeur legt een jaarlijks rapport over aan de Raad. Tenzij de Raad anders beslist, woont hij de vergaderingen van de Raad met raadgevende stem bij. De Raad kan, met twee-derde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten, de Directeur van zijn functie ontheffen. Indien de directeurszetel onbezet is, treedt de Voorzitter van de Raad op als wettelijk vertegenwoordiger van de Organisatie. De Raad kan dan, ter vervanging van de Directeur, een persoon benoemen wiens bevoegdheden en verantwoordelijkheden door de Raad worden vastgesteld. Met inachtneming van het bepaalde door de Raad, kunnen de Voorzitter en de Directeur hun ondertekeningsbevoegdheid overdragen. 2. De Directeur wordt bijgestaan door het wetenschappelijk, technisch en administratief personeel waarvoor de Raad zijn goedkeuring verleent. 3. Behoudens de bepalingen van artikel V, lid 2 d, en binnen de door de begroting gestelde grenzen, wordt het personeel door de Directeur aangesteld en ontslagen. Het dienstverband wordt aangegaan en beëindigd overeenkomstig het door de Raad aangenomen statuut van het personeel. 4. De Directeur en het personeel van de Organisatie oefenen hun functies uit in het belang van de Organisatie. Zij mogen geen instructies vragen aan, noch ontvangen van, andere dan de bevoegde organen van de Organisatie. Zij onthouden zich van iedere handeling die niet verenigbaar is met de aard van hun functies. Elke Lid-Staat verplicht zich de Directeur en het personeel van de Organisatie niet bij de uitoefening van hun functies te beïnvloeden. 5. De wetenschappelijke onderzoekers en hun medewerkers die met toestemming van de Raad werkzaamheden in de sterrenwacht komen verrichten zonder tot het personeel van de Organisatie te behoren, staan onder het gezag van de Directeur en zijn onderworpen aan de door de Raad vastgestelde of goedgekeurde algemene bepalingen.

Rechtspraak bij dit artikel