**1.** Elke Lid-Staat levert een bijdrage aan de investerings- en uitrustingsuitgaven, alsmede aan de lopende bedrijfskosten van de Organisatie, overeenkomstig een schaal die iedere drie jaar door de Raad wordt vastgesteld met twee-derde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten op grond van het gemiddelde netto nationale inkomen, berekend volgens de in artikel VII, lid 1 b, van het op 1 juli 1953 te Parijs ondertekende Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor kernfysisch onderzoek nedergelegde regels.
Deze bepalingen zijn slechts van toepassing op het in artikel II, tweede lid, genoemde basisprogramma.
Geen Lid-Staat is echter verplicht jaarlijkse bijdragen te betalen die één derde van het totaal bedrag van de door de Raad vastgestelde bijdragen overschrijden. Dit maximum kan bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad worden verminderd indien een Staat die niet in de Bijlage bij het Financiële Protocol is genoemd, lid van de Organisatie wordt.
**2.** Indien een in artikel II, derde lid, bedoeld aanvullend programma wordt vastgesteld, stelt de Raad een speciale schaal vast teneinde de bijdragen te bepalen, die de aan dat programma deelnemende Lid-Staten dienen te leveren ter bestrijding van de kosten van dat programma. Deze speciale schaal wordt vastgesteld volgens de in lid 1 van dit artikel genoemde regels, zonder dat daarbij echter met de onder c vermelde bepalingen rekening wordt gehouden.
**3.** Staten die lid worden van de Organisatie na de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag, zijn verplicht, behalve hun bijdrage aan de toekomstige investerings- en uitrustingsuitgaven en aan de lopende bedrijfskosten, tevens een speciale bijdrage te leveren die hun aandeel vertegenwoordigt in de reeds verrichte investerings- en uitrustingsuitgaven. De omvang van deze bijdrage wordt met tweederde meerderheid van stemmen van de Lid-Staten door de Raad vastgesteld.
**4.** Tenzij de Raad met eenparigheid van stemmen anders beslist, worden alle overeenkomstig de bepalingen van lid 3 van dit artikel betaalde speciale bijdragen aangewend ter vermindering van de bijdragen van de andere Lid-Staten.
**5.** Een Staat heeft niet het recht deel te nemen aan werkzaamheden waarvoor hij geen financiële bijdrage heeft geleverd.
**6.** De Raad kan voor de Organisatie bestemde giften en legaten aanvaarden, mits daaraan geen voorwaarden verbonden zijn die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van de Organisatie.
Artikel VII
Financiële bijdragen
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor astronomisch onderzoek op het zuidelijk halfrond· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 17 januari 1964