**1.** Beginsel en reikwijdte van de aansprakelijkheid
De postdienst is aansprakelijk voor de aan het loket gestorte bedragen of de aan de debetzijde van de rekening van de trekker toegevoegde bedragen totdat de wissel rechtsgeldig is uitbetaald c.q. op de rekening van de begunstigde is bijgestort.
De postdienst is aansprakelijk voor de door hem veroorzaakte onjuiste vermeldingen die hebben geleid tot niet-betaling, alsmede voor fouten bij de uitvoering van de overmaking van gelden. De aansprakelijkheid strekt zich uit tot fouten bij het berekenen van de wisselkoers en bij de overmaking.
De postdienst is ontheven van elke aansprakelijkheid:
in geval van vertraging bij de overmaking, de verzending of de uitbetaling van acceptgiro’s en betaalopdrachten;
wanneer hij, naar aanleiding van de vernietiging van de dienstdocumenten als gevolg van overmacht, niet kan aantonen dat een overmaking van gelden is uitgevoerd, tenzij het bewijs van zijn aansprakelijkheid op andere wijze is vastgelegd;
wanneer de afzender geen klacht heeft ingediend binnen de in artikel 19 bedoelde termijn;
wanneer de verjaringstermijn voor wissels in het land van uitgifte is verlopen.
In geval van terugstorting kan, ongeacht de oorzaak ervan, het aan de afzender teruggestorte bedrag niet meer bedragen dan het bedrag dat hij heeft gestort of dat van zijn rekening is afgeschreven.
De postdiensten kunnen onderling overeenkomen uitgebreidere voorwaarden voor aansprakelijkheid toe te passen die aansluiten bij de behoeften van hun binnenlandse diensten.
De voorwaarden voor de toepassing van het aansprakelijkheidsbeginsel, met name de kwestie van vaststelling van de aansprakelijkheid, betaling van de verschuldigde bedragen, beroep, de betalingstermijn en de bepalingen inzake terugbetaling aan de desbetreffende postdienst, zijn die welke in de Regeling zijn voorgeschreven.
HOOFDSTUK IV
Artikel 20
Aansprakelijkheid
Onderdeel van Verdrag inzake postale financiële diensten· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 26 oktober 2009