Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (aanvullende bepalingen)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 27 augustus 1991

Aan boord van schepen waar men vanwege de samenstelling der bemanning - zonder dat zulks tot discriminatie leidt - rekening moet houden met de belangen van bemanningsleden die verschillende gewoonten van godsdienstige en maatschappelijke aard hebben, kan de bevoegde autoriteit - na overleg met de organisaties van reders en/of de reders en met de erkende bona fide vakbonden van zeevarenden en mits beide partijen het hierover eens zijn - afwijkingen toestaan van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde en het zevende lid van artikel 5 en het eerste en het vierde lid van artikel 8 van dit Verdrag, op voorwaarde dat er geen situatie ontstaat die alles bijeen minder gunstig is dan de situatie die het gevolg zou zijn van de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag. Bijzonderheden aangaande alle zodanige afwijkingen dienen door het betrokken Lid te worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, die de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie ervan in kennis stelt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel