In dit Verdrag wordt verstaan onder
„schip”: een vaartuig waarop dit Verdrag van toepassing is;
„ton”: bruto registerton;
„passagiersschip”: een schip waarvoor (i) een geldig veiligheidscertificaat voor een passagiersschip krachtens het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee of (ii) een geldig passagierscertificaat is afgegeven;
„officier”: een persoon, die krachtens de nationale wetgeving of bij het ontbreken daarvan bij collectieve arbeidsovereenkomst of naar gewoonte geacht wordt de rang van officier te bekleden, met uitzondering van de kapitein;
„scheepsgezel”: ieder lid van de bemanning met uitzondering van de officieren;
„onderofficier”: een scheepsgezel die dienst doet in een toezichthoudende functie of in een functie met bijzondere verantwoordelijkheid en die door de nationale wetgeving of bij het ontbreken daarvan bij collectieve arbeidsovereenkomst of naar gewoonte als onderofficier wordt beschouwd;
„volwassene”: een persoon die ten minste 18 jaar oud is;
„verblijven van de bemanning”: slaapverblijven, eetverblijven, alle ruimten voor sanitaire doeleinden, ziekenverpleging en ontspanning, bestemd voor het gebruik door de bemanning;
„voorgeschreven”: hetgeen is voorgeschreven door de nationale wetgeving of door de bevoegde autoriteit;
„goedgekeurd”: goedgekeurd door de bevoegde autoriteit;
„opnieuw te boek gesteld”: het geval, dat een in een land te gesteld schip, onder gelijktijdige eigendomsvereniging, in een ander land te boek wordt gesteld.
DEEL I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag betreffende de huisvesting van de bemanning aan boord van schepen (aanvullende bepalingen)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 27 augustus 1991