In dit Verdrag wordt verstaan onder:
„Staat zonder zeekust” - een Verdragsluitende Staat die geen zeekust heeft;
„transitoverkeer” - de doorvoer van goederen met inbegrip van losse bagage over het grondgebied van een Verdragsluitende Staat tussen een Staat zonder zeekust en de zee, indien de doorvoer een onderdeel is van een volledige reis die begint of eindigt op het grondgebied van die Staat zonder zeekust, en mede vervoer omvat over zee, hetzij rechtstreeks voorafgaand aan, hetzij rechtstreeks volgend op de doorvoer. Overlading, opslag, lossing en verandering in de wijze van vervoer van die goederen, alsmede het monteren, demonteren of opnieuw monteren van machines en andere grote stukken heeft niet tot gevolg dat de doorvoer der goederen buiten de definitie van „transitoverkeer” valt, mits dergelijke handelwijzen er uitsluitend op zijn gericht het vervoer te vergemakkelijken. Het in deze paragraaf bepaalde mag niet zodanig worden uitgelegd als zou een Verdragsluitende Staat verplicht zijn ten behoeve van dit monteren, demonteren of opnieuw monteren een vaste outillage op zijn grondgebied te vestigen of de vestiging daarvan toe te staan;
„doorvoerstaat” - een Verdragsluitende Staat al dan niet met een zeekust, gelegen tussen een Staat zonder zeekust en de zee, over wiens grondgebied transitoverkeer plaatsvindt;
„transportmiddelen”:
spoorwagons, zee- en binnenschepen en vrachtwagens;
dragers en lastdieren, voor zover de plaatselijke situatie het gebruik daarvan gebiedt;
andere transportmiddelen, pijpleidingen voor het vervoer van olie en gas, indien daarover tussen de betrokken Verdragsluitende Staten overeenstemming is bereikt voor zover deze worden gebruikt voor transitoverkeer in de zin van dit artikel.
Artikel 1
Definities
Onderdeel van Verdrag inzake de doorvoerhandel van en naar Staten zonder zeekust· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 december 1971