Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Vrijheid van doorvoer

Onderdeel van Verdrag inzake de doorvoerhandel van en naar Staten zonder zeekust· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1971

1. Vrijheid van doorvoer wordt onder de in dit Verdrag gestelde voorwaarden verleend voor transito-verkeer en transportmiddelen. Met inachtneming van de andere bepalingen van dit Verdrag dienen de door de Verdragsluitende Staten genomen maatregelen tot regeling en bevordering van het verkeer over hun grondgebied, het transitoverkeer over wederzijds voor de betrokken Verdragsluitende Staten voor doorvoer aanvaardbare in gebruik zijnde routes te vergemakkelijken. In overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag mag geen discriminatie worden uitgeoefend met betrekking tot de plaats van oorsprong of afzending, noch ten aanzien van de plaatsen van binnenkomst en uitgang, of ten aanzien van bestemming of van de omstandigheden verband houdende met de eigendom van de goederen of de eigendom, de plaats van registratie dan wel de nationaliteit van schepen, voertuigen voor vervoer over land of andere gebruikte transportmiddelen. 2. De regels met betrekking tot het gebruik van transportmiddelen, wanneer deze een deel van of het gehele grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat doortrekken, warden vastgesteld in gemeenschappelijk overleg tussen de betrokken Verdragsluitende Staten, met inachtneming van de multilaterale verdragen waarbij deze Staten partij zijn. 3. De Verdragsluitende Staten verlenen, overeenkomstig hun wetten en andere voorschriften, machtiging voor de doorgang over, of de toegang tot hun grondgebied aan personen voor wie dat noodzakelijk is in verband met het transito-verkeer. 4. De Verdragsluitende Staten staan die doorgang van transitoverkeer over hun territoriale wateren toe overeenkomstig de beginselen van het gebruikelijke internationale recht of de toepasselijke internationale verdragen, alsmede overeenkomstig hun nationale regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel