Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Transportmiddelen en tarieven

Onderdeel van Verdrag inzake de doorvoerhandel van en naar Staten zonder zeekust· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 december 1971

1. De Verdragsluitende Staten nemen de verplichting op zich, voor zover mogelijk, op de plaatsen van binnenkomst en uitgang en, indien nodig, op plaatsen van overlading, te zorgen voor behoorlijke transportmiddelen en apparatuur voor het verwerken van het transito-verkeer zonder onnodige vertraging. 2. De Verdragsluitende Staten nemen de verplichting op zich ten aanzien van het transito-verkeer dat gebruik maakt van faciliteiten die door de Staat worden geëxploiteerd of beheerd, tarieven toe te passen of lasten op te leggen die, met inachtneming van de omstandigheden waaronder het verkeer plaatsvindt en van de op dit gebied bestaande concurrentie, redelijk zijn zowel wat betreft de hoogte van de tarieven of de lasten als de wijze waarop zij worden toegepast of opgelegd. Deze tarieven of lasten dienen zodanig te worden vastgesteld dat zij het transito-verkeer zo veel mogelijk vergemakkelijken en mogen niet hoger zijn dam de tarieven of lasten die door de Verdragsluitende Staten worden toegepast of opgelegd voor het vervoer over hun grondgebied van goederen komend uit landen die toegang hebben tot de zee. Het in dit lid bepaalde is mede van toepassing op de tarieven en lasten die worden toegepast en opgelegd ten aanzien van het transito-verkeer dat gebruik maakt van faciliteiten die worden geëxploiteerd of beheerd door bedrijven of personen, Ingeval deze tarieven of lasten worden vastgesteld door, of onderworpen zijn aan het toezicht van de Verdragsluitende Staat. De in dit lid gebruikte term „faciliteiten” omvat transportmiddelen, havenwerken en wegen, voor het gebruik waarvan tarieven worden toegepast of lasten worden geheven. 3. Sleepdiensten die een monopolie bezitten op voor doorvoer gebruikte waterwegen dienen zodanig te zijn georganiseerd dat zij de doorvaart van schepen niet belemmeren. 4. De bepalingen van dit artikel dienen te worden toegepast met inachtneming van het in artikel 2, eerste lid, bepaalde inzake non-discriminatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel