Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 12 mei 1977

1. De slaap- en dagverblijven dienen behoorlijk te worden geventileerd. 2. De luchtverversing dient zodanig geregeld te kunnen worden dat de lucht steeds aan daaraan te stellen eisen voldoet en er onder alle weersomstandigheden en in elk klimaat een voldoende luchtcirculatie wordt gewaarborgd. 3. Vissersschepen waarmede geregeld in de tropen en in andere gebieden met een soortgelijk klimaat de visvangst wordt uitgeoefend dienen, wanneer het klimaat dit noodzakelijk maakt, te zijn uitgerust zowel met mechanische luchtverversingsmiddelen als met elektrisch aangedreven ventilatoren, met dien verstande dat met slechts een van deze beide kan worden volstaan in ruimten waar op deze wijze de lucht reeds afdoende wordt ververst. 4. Vissersschepen waarmede elders de visvangst wordt uitgeoefend dienen te zijn uitgerust hetzij met mechanische luchtverversingsmiddelen, hetzij met elektrisch aangedreven ventilatoren. De bevoegde autoriteit kan vissersschepen die gewoonlijk in de koude zeeën van het noordelijk of zuidelijk halfrond voor de visvangst worden gebruikt, van deze eis uitzonderen. 5. De drijfkracht die nodig is voor de aandrijving van de luchtverversingstoestellen bedoeld in het derde en vierde lid van dit artikel, dient zo mogelijk, zolang de bemanning aan boord verblijft of werkt, en de omstandigheden dit nodig maken, beschikbaar te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel