**1.** Tot de beschermde personen moeten worden gerekend:
alle loontrekkenden, met inbegrip van de leerlingen: of
voorgeschreven groepen van het economisch actieve deel der bevolking, welke ten minste 75 procent uitmaken van het gehele economisch actieve deel der bevolking; of
alle ingezetenen of de ingezetenen wier inkomsten tijdens de eventualiteit de grenzen, voorgeschreven overeenkomstig de bepalingen van artikel 28, niet overschrijden.
**2.** Wanneer een verklaring, afgelegd overeenkomstig artikel 4, van kracht is, moeten tot de beschermde personen worden gerekend:
voorgeschreven groepen van loontrekkenden, welke ten minste 25 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden; of
voorgeschreven groepen loontrekkenden in industriële ondernemingen, welke ten minste 50 procent uitmaken van het totale aantal loontrekkenden, werkzaam in industriële ondernemingen.
Deel II
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag betreffende uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en aan nagelaten betrekkingen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 27 oktober 1970