**1.** De functionarissen van de partijen zijn bevoegd de achtervolging zonder voorafgaande toestemming voort te zetten op het grondgebied van de andere partij wanneer het, vanwege het bijzonder spoedeisende karakter, niet mogelijk was de bevoegde autoriteiten van deze laatste partij voorafgaand aan de binnenkomst op hun grondgebied via een van de door beide partijen overeengekomen communicatiemiddelen te waarschuwen of wanneer deze autoriteiten niet tijdig ter plaatse hebben kunnen zijn om de achtervolging in hun land over te nemen; deze toestemming wordt verleend voor de achtervolging van personen op wie een van de volgende situaties van toepassing is:
ontdekking op heterdaad van het begaan van een strafbaar feit of van een feit vallend onder een van de in Bijlage 2 vermelde categorieën strafbare feiten;
ontsnapping tijdens voorlopige hechtenis of onttrekking aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidbenemende maatregel;
negeren van een opdracht tot stoppen gegeven door functionarissen van de in artikel 2 van dit Verdrag bedoelde diensten die in het bezit zijn van hun functieonderscheidingstekens, of met geweld doorrijden bij een politiecontrole.
**2.** De achtervolgende functionarissen doen uiterlijk op het moment van grensoverschrijding een beroep op de bevoegde diensten van de partij op het grondgebied waarvan de achtervolging plaatsvindt. De achtervolging dient te worden afgebroken zodra de partij op het grondgebied waarvan de achtervolging moet plaatsvinden, daarom verzoekt. Op verzoek van de achtervolgende functionarissen gaan de lokaal bevoegde diensten over tot aanhouding van de achtervolgde persoon teneinde diens identiteit vast te stellen of tot arrestatie over te gaan.
**3.** Aan de achtervolgende functionarissen komt geen staandehoudingsbevoegdheid toe.
**4.** De achtervolging dient uiterlijk op het moment van grensoverschrijding te worden medegedeeld:
voor de Franse partij: aan het operationeel centrum van de gendarmerie van Saint-Martin, die de territoriaal bevoegde officier van justitie op de hoogte brengt;
voor de Nederlandse partij: de centrale meldkamer van het korps politie Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba, die de in het derde lid van artikel 12 genoemde rechterlijke autoriteit op de hoogte brengt:
**5.** De achtervolging kan plaatsvinden zonder beperking in ruimte en tijd.
**6.** De achtervolgende functionarissen zijn:
voor de Franse partij: de opsporingsambtenaren en adjunct-opsporingsambtenaren van de nationale politie en de nationale gendarmerie;
voor de Nederlandse partij: de opsporingsambtenaren in de zin van het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen.
**7.** De achtervolging mag uitsluitend worden uitgevoerd onder de volgende algemene voorwaarden:
de achtervolgende functionarissen dienen als zodanig uiterlijk direct herkenbaar te zijn, hetzij door middel van het dragen van een uniform of een armband, hetzij door middel van aan hun voertuig aangebrachte herkenningsmiddelen; het is hun niet toegestaan in burgerkleding met gebruikmaking van een niet als zodanig herkenbaar dienstvervoermiddel op te treden;
de achtervolgende functionarissen melden zich na elke achtervolging onmiddellijk bij de lokaal bevoegde autoriteiten van de partij op het grondgebied waarvan zij zijn opgetreden en doen verslag van hun optreden; op verzoek van deze autoriteiten zijn zij verplicht zich beschikbaar te houden totdat omtrent de toedracht van hun optreden duidelijkheid is verkregen; deze voorwaarde geldt ook in die gevallen waarin de achtervolging niet tot de aanhouding van de achtervolgde persoon heeft geleid;
bij grensoverschrijdende achtervolgingen waarop dit Verdrag van toepassing is, is het gebruik van luchtvaartuigen en schepen toegestaan, overeenkomstig het recht van elk van de partijen; de voorwaarden hiervoor worden in een technische regeling vastgelegd.
het zesde lid van artikel 12, met uitzondering van onderdeel c, is van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van het achtervolgingsrecht.
**8.** Een persoon die na de achtervolging door de lokaal bevoegde diensten wordt aangehouden, kan, ongeacht zijn nationaliteit, voor verhoor worden vastgehouden, binnen de grenzen van het recht van de partij op het grondgebied waarvan de aanhouding heeft plaatsgevonden. Indien deze persoon niet de nationaliteit heeft van de partij op het grondgebied waarvan hij is aangehouden, wordt hij uiterlijk zes uren na zijn aanhouding – de uren tussen middernacht en negen uur niet meegerekend – in vrijheid gesteld, tenzij de lokaal bevoegde diensten voor het verstrijken van die periode in enigerlei vorm een verzoek tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering hebben ontvangen.
TITEL VI
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake eilandbrede samenwerking op politiegebied op Sint Maarten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2015