Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 38

Functionarissen in dienst van de Bank

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika· Internationaal publiekrecht

a. Alle Gouverneurs, Bewindvoerders, plaatsvervangers, leidinggevende en andere personeelsleden van de Bank, alsmede deskundigen die een missie voor de Bank vervullen en de President: genieten immuniteit voor rechtsvorderingen in verband met handelingen die zij uit hoofde van hun ambt hebben verricht en genieten onschendbaarheid wat al hun officiële papieren en documenten betreft. Deze immuniteit geldt echter niet voor civielrechtelijke aansprakelijkheid in geval van schade ten gevolge van een verkeersongeval dat door een Gouverneur, Bewindvoerder, plaatsvervanger, leidinggevend of ander personeelslid, een deskundige of de President is veroorzaakt; die geen onderdaan zijn van het land waarin zij zich bevinden wordt dezelfde immuniteit toegekend ten aanzien van immigratiebeperkingen, registratieplichten voor vreemdelingen en nationale dienstplicht, alsmede dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbepalingen als door de leden worden toegekend aan de vertegenwoordigers, functionarissen en personeelsleden van vergelijkbare rang in dienst van andere leden; en genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten als die door leden worden toegekend aan vertegenwoordigers, functionarissen en personeelsleden van vergelijkbare rang in dienst van andere leden. b. De echtgenoten en zij die onmiddellijk afhankelijk zijn van bedoelde President, leidinggevende en andere personeelsleden en deskundigen die een missie voor de Bank vervullen en die woonachtig zijn op het grondgebied van een lid waar het hoofdkantoor of een ander kantoor of agentschap van de Bank is gevestigd, zou, indien mogelijk, de gelegenheid geboden moeten worden aldaar een dienstbetrekking aan te gaan, in overeenstemming met de aldaar geldende wetgeving.

Rechtspraak bij dit artikel