Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 39

Belastingen

Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika· Internationaal publiekrecht

a. De Bank, haar activa, eigendommen en inkomen, alsmede de krachtens dit Verdrag toegestane werkzaamheden en transacties van de Bank, zijn vrijgesteld van alle belastingen en douaneheffingen. De Bank is eveneens vrijgesteld van aansprakelijkheid ten aanzien van de inning of betaling van belastingen of heffingen. b. Er wordt geen belasting geheven over of ten aanzien van salarissen, onkostenvergoedingen of andere vergoedingen door de Bank betaald aan de President, functionarissen, of personeel van de Bank; een lid kan evenwel te zamen met zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag een verklaring nederleggen waarin dat lid voor zichzelf en zijn staatkundige onderdelen het recht voorbehoudt salarissen en vergoedingen, door de Bank betaald aan burgers of onderdanen van het desbetreffende lid, te belasten. De bedoelde belastingen worden niet door de Bank terugbetaald. De Bank is vrijgesteld van iedere verplichting tot betaling, inhouding of inning van bedoelde belastingen. c. Er wordt geen belasting geheven, van welke aard ook, op door de Bank uitgegeven of gegarandeerde schuldbekentenissen of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en renten daarvan, ongeacht wie deze in bezit heeft, indien die een discriminatie inhoudt tegen zodanige schuldbekentenissen of waardepapieren of belegging, uitsluitend omdat deze zijn uitgegeven of gegarandeerd door de Bank, of indien de plaats of de valuta waarin deze zijn uitgegeven, betaalbaar worden gesteld of worden betaald, of de plaats waar een kantoor van de Bank is gevestigd of waar zij haar bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn.

Rechtspraak bij dit artikel