**1.** Lidmaatschap van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer (hierna genoemd „de Commissie”) staat open voor die Europese Statenleden van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, die Staten die als Lid deelnemen aan de Regionale Conferentie voor Europa van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en bediend door het Regionaal Bureau voor Europa van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, en die Europese Statenleden van het Internationale Bureau voor besmettelijke veeziekten die lid zijn van de Verenigde Naties, welke dit Statuut aanvaarden in overeenstemming met de bepalingen van artikel XV. De Commissie kan, met een tweederdemeerderheid van de leden van de Commissie, die andere Europese Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, elke van haar Gespecialiseerde Organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, tot het lidmaatschap toelaten die een aanvraag daartoe hebben ingediend alsmede een in een officiële akte vastgelegde verklaring dat zij de verplichtingen van dit Statuut, zoals deze ten tijde van de toelating van kracht zijn, aanvaarden.
**2.** De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna genoemd „de Organisatie”), het Internationale Bureau voor besmettelijke veeziekten (hierna genoemd „het Bureau”), de Europese Gemeenschap, en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben het recht op alle zittingen van de Commissie en haar subcommissies vertegenwoordigd te zijn, doch hun vertegenwoordigers hebben geen stemrecht.
Artikel I
Lidmaatschap
Onderdeel van Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 november 1997