**1.** De Leden verplichten zich het mond- en klauwzeer te bestrijden met de uiteindelijke bedoeling deze ziekte uit te roeien, door het uitvaardigen van de daartoe geëigende quarantaine- en sanitaire maatregelen, en door een of meer van de hierna volgende methoden:
afslachting;
afslachting in combinatie met vaccinatie;
het in stand houden van een geheel immune veestapel door middel van vaccinatie; overige voor deze ziekte gevoelige dieren mogen worden gevaccineerd;
vaccinaties in zones rondom gebieden waar de ziekte is uitgebroken.
Eenmaal aangenomen methoden zullen stipt worden uitgevoerd.
**2.** Leden welke de gedragslijn 2 of 4 aanvaarden, verplichten zich een voorraad vaccin of antigenen voor de bereiding van vaccin, voldoende om een behoorlijke bescherming tegen de ziekte te verzekeren indien de verbreiding van de ziekte niet uitsluitend door sanitaire maatregelen kan worden bestreden, beschikbaar te hebben. Ieder Lid zal samenwerken met, en bijstand verlenen aan andere Leden bij alle gezamenlijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer, en in het bijzonder bij het leveren van een voorraad vaccin of antigenen voor de bereiding van een vaccin, waar dit noodzakelijk is. De hoeveelheden antigenen en vaccin welke voor nationaal en internationaal gebruik dienen te worden opgeslagen, zullen door de Leden worden bepaald en gebaseerd zijn op de bevindingen van de Commissie en het advies van het Bureau.
**3.** De Leden zullen die regelingen treffen voor het vaststellen van het smetstoftype bij het uitbreken van mond- en klauwzeer, welke door de Commissie kunnen worden verlangd en zullen onverwijld de Commissie en het Bureau van de resultaten van dit type-onderzoek in kennis stellen.
**4.** De Leden zullen regelingen treffen voor de snelle verzending van nieuwe isolaten naar het door de FAO aangewezen wereldreferentielaboratorium voor verdere karakterisering.
**5.** De Leden verplichten zich de Commissie alle inlichtingen te verstrekken, welke zij nodig mocht hebben voor de uitoefening van haar functies. In het bijzonder zullen de Leden de Commissie en het Bureau onverwijld in kennis stellen van elke uitbraak van mond- en klauwzeer en van de omvang daarvan. Voorts zullen zij opgave doen van alle verdere bijzonderheden welke de Commissie mocht verlangen.
Artikel II
Verplichtingen van Leden betreffende nationale gedragslijnen en internationale samenwerking ter bestrijding van mond- en klauwzeer
Onderdeel van Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 6 november 1997