Naar hoofdinhoud

Artikel XIV

Wijzigingen

Onderdeel van Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 6 november 1997

1. Dit Statuut kan door de Commissie met een meerderheid van twee derde van haar leden worden gewijzigd. 2. Voorstellen tot wijziging van het Statuut kunnen door ieder Lid van de Commissie worden gedaan, in een mededeling welke is gericht zowel aan de Voorzitter van de Commissie als aan de Directeur-Generaal van de Organisatie. De Directeur-Generaal stelt alle Leden van de Commissie onverwijld in kennis van alle voorstellen tot wijziging. 3. Op de agenda van een zitting wordt geen voorstel tot wijziging van het Statuut geplaatst, tenzij hiervan door de Directeur-Generaal van de Organisatie ten minste 120 dagen voor de opening van de zitting bericht is ontvangen. 4. Wijzigingen worden pas van kracht na instemming van de Raad van de Organisatie. 5. Een wijziging die geen aanvullende verplichtingen voor de Leden van de Commissie met zich meebrengt wordt van kracht op de datum waarop de Raad het besluit neemt. 6. Een wijziging die, naar de mening van de Commissie, aanvullende verplichtingen voor de Leden van de Commissie met zich meebrengt, is, na goedkeuring door de Raad, voor de Leden van de Commissie die de wijziging hebben aanvaard bindend vanaf de datum waarop deze door twee derde van de Leden van de Commissie is aanvaard, en vervolgens voor elk overig Lid van de Commissie op de datum van ontvangst door de Directeur-Generaal van de akte van aanvaarding van de wijziging door dat Lid. 7. De akten van aanvaarding van wijzigingen die aanvullende verplichtingen met zich meebrengen worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal die alle Leden van de Commissie in kennis stelt van de ontvangst van dergelijke akten. 8. Op de rechten en verplichtingen van elk Lid van de Commissie dat een wijziging die aanvullende verplichtingen met zich meebrengt niet heeft aanvaard, blijven gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de wijziging van kracht wordt, de bepalingen van het Statuut zoals deze voor de wijziging golden van toepassing. Na afloop van het bovenbedoelde tijdvak is elk Lid van de Commissie dat een dergelijke wijziging niet heeft aanvaard, gebonden door het aldus gewijzigde Statuut. 9. De Directeur-Generaal stelt alle Leden van de Commissie in kennis van het van kracht worden van een wijziging.

Rechtspraak bij dit artikel