Naar hoofdinhoud

Artikel XV

Toetreding

Onderdeel van Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 6 november 1997

1. Toetreding tot dit Statuut geschiedt door de nederlegging van een akte van toetreding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie en wordt ten aanzien van de Leden van de Organisatie of van het Bureau van kracht na ontvangst van een zodanige akte door de Directeur-Generaal, die daarvan elk van de Leden van de Commissie onverwijld in kennis stelt. 2. Het lidmaatschap van Staten die uit hoofde van artikel I in aanmerking komen voor lidmaatschap, maar noch Lid van de Organisatie noch van het Bureau zijn, treedt in werking op de datum waarop de Commissie de aanvraag tot lidmaatschap goedkeurt in overeenstemming met de bepalingen van artikel I. De Directeur-Generaal stelt elk van de Leden van de Commissie in kennis van de goedkeuring van een aanvraag tot lidmaatschap. 3. Bij de toetreding tot het Statuut kunnen voorbehouden worden gemaakt. De Directeur-Generaal van de Organisatie stelt elk van de Leden van de Commissie onverwijld in kennis van de ontvangst van elke aanvraag tot lidmaatschap of elke akte van toetreding tot het Statuut waarin een voorbehoud wordt gemaakt. Een voorbehoud wordt alleen van kracht na unanieme goedkeuring door de Leden van de Commissie. De Leden van de Commissie die binnen drie maanden na de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal van het voorbehoud geen antwoord hebben gegeven worden geacht het voorbehoud te hebben aanvaard. Ingeval het voorbehoud niet unaniem wordt aanvaard door de Leden van de Commissie, wordt het land dat het voorbehoud maakt geen Partij bij dit Statuut.

Rechtspraak bij dit artikel