De Verdragsluitende Partijen zullen zoveel mogelijk de nauwste samenwerking tussen de wetenschappelijke genootschappen en tussen de opvoedkundige organisaties en beroepsorganisaties van hun onderscheidene landen bevorderen met het oog op wederzijdse hulp inzake werkzaamheden op intellectueel, wetenschappelijk, technisch en opvoedkundig gebied, alsmede op het gebied van de kunst.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Noorwegen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 14 mei 1956