Ieder der Verdragsluitende Partijen is gerechtigd op het grondgebied van de andere Partij culturele instellingen op te richten en in stand te houden, onder het voorbehoud dat zij de wettelijke bepalingen in acht nemen, welke het oprichten van dergelijke instellingen in ieder der beide landen regelen.
De salarissen, welke de functionarissen van bovengenoemde instellingen in deze hoedanigheid van de ene Verdragsluitende Partij ontvangen, zullen zijn vrijgesteld van iedere belasting op inkomsten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, waar de instelling is gevestigd.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Italië· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 13 oktober 1953