Naar hoofdinhoud

Artikel 5a

Artikel 5a

Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Italië· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 14 november 1973

De culturele instellingen die door ieder der beide landen officieel worden opgericht op het grondgebied van het andere land genieten op basis van wederkerigheid de volgende voordelen van fiscale aard, welke niet de vergoedingen omvatten, die verschuldigd zijn als beloning voor verleende diensten: vrijstelling van belastingen, heffingen en vergoedingen voor de verwerving, onder bezwarende titel of om niet, van gronden en gebouwen bestemd om als zetel van genoemde instellingen te dienen; vrijstelling van directe belastingen en van heffingen en vergoedingen ten aanzien van gebouwen gelegen op het grondgebied van ieder der Verdragsluitende Partijen, mits genoemde gebouwen eigendom zijn van de andere Verdragsluitende Partij of van de onderscheiden culturele instellingen en bestemd zijn voor de in het Verdrag vervatte doelstellingen; de vrijstelling betreft eveneens de bijkomende belastingen, opcenten en vergoedingen gevorderd door plaatselijke publiekrechtelijke lichamen; vrijstelling van de heffingen en van alle andere rechten die kunnen worden geheven bij de invoer van meubilair, onderwijsmateriaal en materiaal voor wetenschappelijk onderzoek, van boeken en publikaties nodig voor de inrichting en het functioneren van genoemde culturele instellingen. De overeenkomstig het voorgaande lid sub c) ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij zijn ingevoerd niet worden verkocht, uitgeleend of onder bezwarende titel dan wel om niet worden afgestaan met een ander doel dan het functioneren van de culturele lichamen, behalve op door de Regering van de betrokken Verdragsluitende Partij vastgestelde voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel