Naar hoofdinhoud
Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 31 van het Verdrag, legt de werkloze aan het orgaan van zijn nieuwe woonplaats een verklaring over waaruit blijkt dat hij aan de door de wetgeving van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft gestelde voorwaarden voor het recht op uitkeringen voldoet. Deze verklaring welke op verzoek van de werkloze voor de overbrenging van zijn woonplaats wordt uitgereikt door het bevoegde orgaan van het land waar hij laatstelijk gewerkt heeft, vermeldt met name de maximale duur waarover deze uitkeringen voor rekening van bedoeld land kunnen worden verleend. Een afschrift wordt aan het bevoegde orgaan van het andere land gezonden. Indien de werkloze deze verklaring niet overlegt of indien het bevoegde orgaan geen afschrift van bedoelde verklaring heeft ontvangen, vraagt dit orgaan deze aan het bevoegde orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk heeft gewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel