Naar hoofdinhoud
1. Het bevoegde orgaan van de nieuwe woonplaats van de werkloze verleent de in artikel 31, tweede lid, van het Verdrag bedoelde uitkeringen volgens de door dit orgaan toegepaste wetgeving, alsof hij krachtens deze wetgeving recht op bedoelde uitkeringen had. Het stelt het orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk gewerkt heeft, in kennis van de aanvangsdatum van de verlening van de uitkeringen, alsmede van het bedrag van deze uitkeringen. 2. Het orgaan van het land waar de werkloze laatstelijk heeft gewerkt dient het orgaan dat de uitkeringen heeft verleend het werkelijke bedrag van deze uitkeringen, zoals dit uit zijn boekhouding blijkt, te vergoeden. 3. De bevoegde verbindingsorganen kunnen in onderlinge overeenstemming andere wijzen van vergoeding overeenkomen, onder voorbehoud van de goedkeuring van de bevoegde autoriteiten van beide landen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel