Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 12

Verplichte verzekering van de eigenaar

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. De eigenaar van een schip dat geregistreerd is in een Staat die Partij is en dat daadwerkelijk gevaarlijke en schadelijke stoffen vervoert, is gehouden een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of een door een soortgelijke financiële instantie afgegeven garantie, in stand te houden tot dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade ingevolge dit Verdrag, tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid van artikel 9. 2. Een verplicht verzekeringscertificaat houdende verklaring dat een verzekering of een andere financiële zekerheid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag van kracht is, wordt aan elk schip afgegeven, nadat de bevoegde autoriteit van een Staat die Partij is heeft vastgesteld dat aan de eisen van het eerste lid is voldaan. Met betrekking tot een schip geregistreerd in een Staat die Partij is, wordt zo een verplicht verzekeringscertificaat afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de Staat waar het schip is geregistreerd; met betrekking tot een schip dat niet in een Staat die Partij is, is geregistreerd, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van een Staat die Partij is. Dit verplichte verzekeringscertificaat heeft de vorm van het in bijlage I bedoelde model en bevat de volgende gegevens: naam van het schip, onderscheidingsnummer of -letters en plaats van registratie; naam en adres van het hoofdkantoor van de eigenaar; IMO-scheepsidentificatienummer; aard en duur van de zekerheid; naam en adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar of andere persoon die de zekerheid stelt en, in voorkomend geval, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de zekerheid is gesteld; en geldigheidsduur van het certificaat, die niet langer zal zijn dan de geldigheidsduur van de verzekering of andere zekerheid. 3. Het verplichte verzekeringscertificaat wordt gesteld in de officiële taal of de officiële talen van de Staat waar het wordt afgegeven. Indien de gebruikte taal noch de Engelse, noch de Franse, noch de Spaanse is, moet de tekst een vertaling in een van deze talen bevatten. 4. Het verplichte verzekeringscertificaat moet zich aan boord van het schip bevinden en een afschrift moet worden nedergelegd bij de autoriteiten die het register houden waarin het schip staat geregistreerd of, indien het schip niet in een Staat die Partij is staat geregistreerd, bij de autoriteit van de Staat die het certificaat afgeeft of waarmerkt. 5. Een verzekering of andere financiële zekerheid voldoet niet aan de eisen van dit artikel, indien zij, om andere redenen dan het verstrijken van de geldigheidsduur van de verzekering of andere financiële zekerheid zoals vermeld in het certificaat ingevolge het tweede lid, kan vervallen alvorens drie maanden zijn verlopen sinds de datum waarop aan de autoriteiten bedoeld in het vierde lid mededeling is gedaan van haar beëindiging, tenzij binnen de bedoelde termijn het verplichte verzekeringscertificaat aan deze autoriteiten is overhandigd of een nieuw certificaat is afgegeven. Het vorenstaande is tevens van toepassing op alle wijzigingen die ten gevolge hebben dat de verzekering of zekerheid niet langer voldoet aan de eisen van dit artikel. 6. Onverminderd het in dit artikel bepaalde, stelt de Staat waar het schip is geregistreerd de voorwaarden vast voor afgifte en geldigheid van het verplichte verzekeringscertificaat. 7. Verplichte verzekeringscertificaten, overeenkomstig het tweede lid afgegeven of gewaarmerkt onder het gezag van een Staat die Partij is, worden voor de toepassing van dit Verdrag erkend door andere Staten die Partij zijn, als bezittende dezelfde geldigheid als door die Staten zelf afgegeven of gewaarmerkte verplichte verzekeringscertificaten, zelfs indien zij zijn afgegeven of gewaarmerkt met betrekking tot een schip dat niet is geregistreerd in een Staat die Partij is. Een Staat die Partij is kan te allen tijde verzoeken om overleg met de Staat die het certificaat heeft afgegeven of gewaarmerkt, indien hij vermoedt dat de in het verplichte certificaat genoemde verzekeraar of persoon die de garantie heeft gesteld financieel niet in staat is te voldoen aan de hem door dit Verdrag opgelegde verplichtingen. 8. Vorderingen tot vergoeding van schade kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die de financiële zekerheid stelt ter dekking van de aansprakelijkheid van de eigenaar wegens schade. In dat geval kan de verweerder, zelfs indien de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zich beroepen op de in het eerste lid omschreven beperking van aansprakelijkheid. Hij kan zich voorts beroepen op de verweermiddelen (anders dan het faillissement of de liquidatie van de eigenaar) waarop de eigenaar zelf een beroep zou hebben kunnen doen. Voorts kan de verweerder een beroep doen op het verweer dat de schade het gevolg is van opzettelijk wangedrag van de eigenaar, maar de verweerder kan zich niet beroepen op enig ander verweermiddel dat hij zou hebben kunnen inroepen in een door de eigenaar tegen hem aangespannen rechtsgeding. De verweerder heeft steeds het recht te vorderen dat de eigenaar mede in het geding wordt betrokken. 9. Gelden uit een verzekering of andere financiële zekerheid welke ingevolge het eerste lid wordt aangehouden, zijn uitsluitend beschikbaar voor de voldoening van vorderingen ingevolge dit Verdrag. 10. Een Staat die Partij is staat niet toe dat onder zijn vlag varende schepen waarop dit artikel van toepassing is, voor de handelsvaart worden gebruikt, tenzij een certificaat is afgegeven ingevolge het tweede of het twaalfde lid. 11. Onverminderd het in dit artikel bepaalde, draagt elke Staat die Partij is er zorg voor dat in zijn nationale wetgeving wordt voorgeschreven dat verzekering of andere zekerheid tot de in het eerste lid genoemde bedragen van kracht is voor elk schip, waar ook geregistreerd, dat een haven op zijn grondgebied binnenloopt of verlaat, dan wel aankomt bij of vertrekt van een buitengaats doch binnen zijn territoriale zee gelegen [laad- of los]installatie. 12. Is met betrekking tot een schip dat in eigendom toebehoort aan een Staat die Partij is geen verzekering afgesloten of geen financiële zekerheid gesteld, dan zijn de desbetreffende bepalingen van dit artikel op dat schip niet van toepassing, maar het schip moet wel zijn voorzien van een verplicht verzekeringscertificaat, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar het is geregistreerd, houdende de verklaring dat het schip eigendom is van die Staat en dat de aansprakelijkheid voor het schip gedekt is binnen de grenzen van het eerste lid. Dit verplichte verzekeringscertificaat wordt zoveel mogelijk opgesteld volgens het in het tweede lid van dit artikel voorgeschreven model.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel