Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 21

Verslagen

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Elke Staat die Partij is draagt er zorg voor, dat een persoon die ingevolge artikel 18, artikel 19, of ingevolge het vijfde lid van dit artikel verplicht is aan het Fonds bij te dragen, vermeld staat op een lijst die door de directeur in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel wordt aangelegd en bijgehouden. 2. Tot het in het eerste lid omschreven doel deelt elke Staat die Partij is, op het tijdstip en de wijze als in het huishoudelijk reglement van het HNS-Fonds nader te bepalen, aan de directeur de naam en het adres mede van elke persoon die met betrekking tot die Staat ingevolge artikel 18, artikel 19, of ingevolge het vijfde lid van dit artikel gehouden is bij te dragen aan het Fonds, alsmede verstrekt die Staat de gegevens betreffende de ontvangen hoeveelheden bijdragende lading waarvoor die persoon bijdrageplichtig is met betrekking tot het voorgaande kalenderjaar. 3. Teneinde vast te stellen wie op een bepaald tijdstip de personen zijn die op grond van artikel 18, artikel 19, of ingevolge het vijfde lid van dit artikel bijdrageplichtig zijn en, zo nodig, te bepalen welke hoeveelheden lading in aanmerking moeten worden genomen ten aanzien van elke zodanige persoon bij het vaststellen van de door hem verschuldigde bijdrage, geldt de lijst als bewijs van de daarin vermelde gegevens totdat het tegendeel is bewezen. 4. Wanneer een Staat die Partij is niet aan zijn verplichtingen voldoet om van de in het tweede lid bedoelde gegevens aan de directeur mededeling te doen en zulks leidt tot een financieel verlies voor het HNS-Fonds, is die Staat die Partij is verplicht het HNS-Fonds hiervoor schadeloos te stellen. De Algemene Vergadering bepaalt, na aanbeveling van de directeur, of die schadeloosstelling invorderbaar is bij die Staat die Partij is. 5. Wat betreft bijdragende lading die van een haven of terminal van een Staat die Partij is wordt vervoerd naar een andere haven of terminal gelegen in diezelfde Staat en daar gelost wordt, hebben de Staten die Partij zijn de mogelijkheid aan het HNS-Fonds een verslag voor te leggen met een jaarlijkse totale hoeveelheid voor elke rekening die alle ontvangsten van bijdragende lading dekt, met inbegrip van hoeveelheden waarvoor ingevolge artikel 16, vijfde lid, bijdragen dienen te worden betaald. De Staat die Partij is dient ten tijde van de verslaglegging hetzij: het HNS-Fonds ervan in kennis te stellen dat die Staat het totale bedrag voor elke rekening voor het desbetreffende jaar in de vorm van een bedrag ineens aan het HNS-Fonds zal voldoen; of het HNS-Fonds de opdracht te geven het totale bedrag voor elke rekening te heffen door individuele ontvangers of, in geval van LNG, degene die op de lading aanspraak kan maken en deze binnen het rechtsgebied van de Staat die Partij is lost, een factuur te zenden ten belope van het bedrag dat elk van hen verschuldigd is. Deze personen worden bepaald overeenkomstig het nationale recht van de betrokken Staat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel