**1.** Iedere Staat die Partij is kan binnen negentig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging die naar zijn mening een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Staten die Partij zijn ten gevolge zal hebben, de directeur verzoeken een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeen te roepen. De directeur dient de Algemene Vergadering uiterlijk zestig dagen na ontvangst van het verzoek bijeen te roepen.
**2.** De directeur kan op eigen initiatief een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeenroepen binnen zestig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging, indien hij van mening is dat deze opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Staten die Partij zijn.
**3.** Indien de Algemene Vergadering, in een buitengewone zitting bijeengeroepen overeenkomstig het eerste of tweede lid, besluit dat de opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Staten die Partij zijn, kan ieder van deze Staten, uiterlijk honderdtwintig dagen voor de datum waarop de opzegging van kracht wordt, dit Verdrag opzeggen met ingang van dezelfde datum.
HOOFDSTUK VI
Artikel 50
Buitengewone zittingen van de Algemene vergadering
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht