Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 51

Beëindiging

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Dit Verdrag houdt op van kracht te zijn: op de datum waarop het aantal Staten die Partij zijn minder wordt dan zes; of twaalf maanden na de datum waarop ingevolge artikel 21 gegevens betreffende een voorgaand kalenderjaar hadden moeten worden meegedeeld aan de directeur, indien uit de gegevens blijkt dat de totale hoeveelheid aan de algemene rekening bijdragende lading die overeenkomstig artikel 18, eerste lid, letters a en c, in het voorgaande kalenderjaar in de Staten die Partij zijn is ontvangen, minder dan 30 miljoen ton bedroeg. Onverminderd het bepaalde in letter b, kan de Algemene Vergadering, indien de totale hoeveelheid aan de algemene rekening bijdragende lading die overeenkomstig artikel 18, eerste lid, letters a en c, in het voorgaande kalenderjaar in de Staten die Partij zijn is ontvangen, minder dan 30 miljoen ton bedroeg, maar meer dan 25 miljoen ton, indien zij van mening is dat dit het gevolg was van uitzonderlijke omstandigheden en het onwaarschijnlijk is dat dit zich zal herhalen, vóór de verstrijking van het bovengenoemde tijdvak van twaalf maanden besluiten dat het Verdrag van kracht blijft. De Algemene Vergadering kan een dergelijke beslissing echter uiterlijk twee achtereenvolgende jaren nemen. 2. De Staten die door dit Verdrag zijn gebonden op de dag voorafgaand aan die waarop dit Verdrag ophoudt van kracht te zijn, dienen het HNS-Fonds in staat te stellen zijn functies als beschreven in artikel 52 uit te oefenen en blijven slechts voor dit doel door dit Verdrag gebonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel