Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 7

Aansprakelijkheid van de eigenaar

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. De eigenaar op het tijdstip van een voorval is, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, aansprakelijk voor schade veroorzaakt door gevaarlijke en schadelijke stoffen in verband met het vervoer daarvan over zee aan boord van het schip, met dien verstande dat indien het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorsprong, de eigenaar op het tijdstip van het eerste feit aansprakelijk is. 2. De eigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat: de schade het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard; of de schade geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van een derde, met het opzet schade te veroorzaken; of de schade geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een regering of andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhoud van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die functie; of het nalaten door de vervoerder of enige andere persoon om gegevens te verstrekken omtrent de gevaarlijke en schadelijke aard van de vervoerde stoffen hetzij: geheel of ten dele de schade heeft veroorzaakt; of heeft geleid tot het niet afsluiten door de eigenaar van de in artikel 12 bedoelde verzekering; mits noch de eigenaar, noch diens ondergeschikten of lasthebbers kennis hadden of redelijkerwijs hadden moeten hebben van de schadelijke en gevaarlijke aard van de vervoerde stoffen. 3. Indien de eigenaar bewijst dat de schade geheel of ten dele het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken, of van de nalatigheid van die persoon, kan de eigenaar geheel of ten dele worden ontheven van de aansprakelijkheid tegenover die persoon. 4. Geen vordering tot vergoeding van schade kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit Verdrag. 5. Behoudens het bepaalde in het zesde lid, kan geen vordering tot schadevergoeding, al dan niet op basis van dit Verdrag, worden ingesteld tegen: de ondergeschikten of lasthebbers van de eigenaar of de bemanningsleden; de loods of enige andere persoon die, zonder bemanningslid te zijn, diensten voor het schip verricht; elke bevrachter (ongeacht zijn benaming, met inbegrip van een rompbevrachter), manager of exploitant van het schip; elke persoon die met de instemming van de eigenaar of in opdracht van een bevoegde openbare autoriteit hulpverleningswerkzaamheden verricht; elke persoon die preventieve maatregelen neemt; en de ondergeschikten of lasthebbers van de onder c, d en e genoemde personen, tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. 6. Geen enkele bepaling van dit Verdrag doet afbreuk aan enig verhaalsrecht van de eigenaar tegenover derden, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, de verzender of de ontvanger van de stof die de schade heeft veroorzaakt, of de in het vijfde lid bedoelde personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel