**(1).** Indien een natuurlijk persoon met woonplaats in een van de Staten inkomsten verkrijgt in de vorm van lonen, salarissen en soortgelijke beloningen, die een van de beide Staten, of „Länder”, provinciën, gemeenten of gemeentelijke verbanden en andere publiekrechtelijke rechtspersonen van een van de beide Staten toekennen, heeft de Staat van de openbare kas het recht tot belastingheffing voor deze inkomsten. Is evenwel de natuurlijke persoon onderdaan van de woonstaat zonder tevens onderdaan van de Staat van de openbare kas te zijn, en oefent hij zijn werkzaamheden in de woonstaat uit, dan heeft de woonstaat het recht tot belastingheffing.
**(2).** Voor beloningen ter zake van diensten, verricht in verband met enig bedrijf, dat door een Staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon wordt uitgeoefend met het oogmerk winst te behalen, vindt artikel 10 toepassing.
Artikel 11
Artikel 11
Deze tekst geldt sinds 18 september 1960