**(1).** Het recht tot belastingheffing voor vermogen van een persoon met woonplaats in een van de Staten voor zover het bestaat uit
onroerende zaken (daaronder begrepen hun toebehoren),
door hypotheek of andere zakelijke zekerheidsrechten op een onroerende zaak verzekerde vorderingen,
vermogen, gebezigd in een onderneming op het gebied van handel, nijverheid of van enige andere tak van niet-agrarisch bedrijf, daaronder begrepen zeescheepvaart-, binnenscheepvaart- en luchtvaartondernemingen,
vermogen, gebezigd in de uitoefening van zelfstandige arbeid,
heeft de Staat, die ingevolge deze Overeenkomst het recht tot belastingheffing voor de inkomsten uit dit vermogen heeft.
**(2).** Het recht tot belastingheffing voor ander vermogen van een persoon met woonplaats in een van de Staten heeft deze Staat.
Artikel 19
Artikel 19
Deze tekst geldt sinds 18 september 1960