Naar hoofdinhoud
(1). Indien de woonstaat ingevolge de voorgaande artikelen het recht tot belastingheffing voor inkomsten of vermogensbestanddelen heeft, mag, onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, en artikel 14, derde lid, tweede zin, de andere Staat deze inkomsten of vermogensbestanddelen niet belasten. (2). Indien de Bondsrepubliek Duitsland de woonstaat is, zal zij de inkomsten en vermogensbestanddelen, waarvoor ingevolge de voorgaande artikelen Nederland een recht tot belastingheffing heeft, niet in de grondslag, waarnaar de belastingen worden geheven, begrijpen. De belastingen voor de inkomsten of vermogensbestanddelen, welke aan de Bondsrepubliek Duitsland ter belasting zijn toegewezen worden evenwel naar het tarief geheven, dat behoort bij het gehele inkomen of het gehele vermogen van de belastingplichtige persoon. In afwijking van de eerste zin zullen dividenden, met uitzondering van de onder artikel 13, vierde lid, vallende dividenden, en interesten op converteerbare obligaties en winstdelende obligaties wel in de grondslag, waarnaar de belastingen worden geheven, worden begrepen; de van deze inkomsten bij wijze van inhouding geheven Nederlandse belasting wordt met de naar een gemiddeld belastingtarief berekende belastingen van de Bondsrepubliek Duitsland voor deze inkomsten verrekend. (3). Indien Nederland de woonstaat is, is het bevoegd, ook die inkomsten (met uitzondering van invaliditeitspensioenen („Verletztenrenten”) en andere uitkeringen ter zake van invaliditeit krachtens de socialeverzekeringswetgeving van de Bondsrepubliek Duitsland, die worden betaald aan een natuurlijke persoon die zijn woonplaats als bedoeld in deze Overeenkomst in Nederland heeft en die tijdens de Tweede Wereldoorlog als dwangarbeider tewerkgesteld was) en vermogensbestanddelen in de grondslag, waarnaar de belastingen worden geheven, te begrijpen, waarvoor de Bondsrepubliek Duitsland ingevolge de voorgaande artikelen een recht tot belastingheffing heeft; Nederland zal evenwel, onder voorbehoud van zijn nationale voorschriften voor de vermijding van dubbele belasting betreffende de verliescompensatie, op de berekende belasting dat deel van de belasting in mindering brengen, dat behoort bij de inkomsten of vermogensbestanddelen, waarvoor ingevolge de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, tweede lid, de artikelen 9, 10, eerste lid, de artikelen 11, 12, tweede en derde lid, artikel 13, vijfde lid, artikel 14, tweede lid, artikel 15, vierde lid, en artikel 19, eerste lid, de Bondsrepubliek Duitsland het recht tot belastingheffing heeft. De in mindering te brengen belasting wordt berekend naar de verhouding, waarin de inkomensbestanddelen of het gedeelte van het vermogen, waarvoor ingevolge de in de vorige zin genoemde artikelen de Bondsrepubliek Duitsland het recht tot belastingheffing heeft, staan tot alle inkomensbestanddelen of het gehele vermogen. (4). Nederland verleent voor de bestanddelen van het inkomen, die volgens artikel 13, tweede lid, van de Overeenkomst in de Bondsrepubliek Duitsland kunnen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het derde lid bedoelde grondslag zijn begrepen een vermindering van Nederlandse belasting. Het bedrag van de vermindering is gelijk aan de in Duitsland over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting. De vermindering die op grond van de voorgaande zinnen moet worden verleend, bedraagt echter niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving ter vermijding van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld. Dit lid houdt echter geen beperking in voor enige bestaande of toekomstige compensatie overeenkomstig de Nederlandse voorschriften ter vermijding van dubbele belasting die betrekking hebben op de gezamenlijke inkomsten die afkomstig zijn uit meer dan een land, doch uitsluitend voor wat betreft de berekening van het bedrag van de vermindering van Nederlandse belasting. Van toepassing a.op belastingen aan de bron geheven over bedragen die op of na 1 januari 2005 worden genoten;b.op de overige van het inkomen of het vermogen geheven belastingen, die worden geheven voor belastingjaren vanaf 1 januari 2005 (Trb. 2004/185).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel