**(1).** Voor de toepassing van deze Overeenkomst heeft een natuurlijk persoon een woonplaats in die Staat, waar hij een woning heeft onder omstandigheden, waaruit valt af te leiden, dat hij de woning zal blijven houden en gebruiken.
**(2).** Indien een natuurlijk persoon in geen van de Staten een woning onder de in het eerste lid bedoelde omstandigheden heeft, maar in een van de Staten gewoonlijk verblijft, wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst het gewoonlijk verblijven als woonplaats beschouwd. Iemand verblijft gewoonlijk in een Staat, indien hij daar verblijft onder omstandigheden, waaruit valt af te leiden, dat hij in deze Staat niet slechts tijdelijk vertoeft.
**(3).** Indien een natuurlijk persoon volgens de voorgaande leden zijn woonplaats in beide Staten heeft, heeft hij voor de toepassing van de artikelen 4 tot en met 19 van deze Overeenkomst zijn woonplaats in die Staat, waarmede de persoonlijke en economische betrekkingen het sterkst zijn (middelpunt van de levensbelangen). Indien het niet mogelijk is het middelpunt van de levensbelangen vast te stellen, zullen de hoogste belastingautoriteiten van de Staten overeenkomstig artikel 25 in onderlinge overeenstemming een regeling treffen.
**(4).** Een natuurlijk persoon, die aan de wal noch een woning onder de in het eerste lid bedoelde omstandigheden heeft, noch aldaar gewoonlijk verblijft in de zin van het tweede lid, maar gewoonlijk aan boord van een tot een scheepvaartonderneming behorend schip verblijft, heeft voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn woonplaats in die Staat, waar de plaats van de leiding van de scheepvaartonderneming zich bevindt.
**(5).** Een rechtspersoon heeft voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn woonplaats in die Staat, waar de plaats van zijn leiding zich bevindt. Heeft hij in geen van de Staten de plaats van zijn leiding, dan is de plaats van zijn statutaire zetel beslissend.
**(5a).** Indien de plaats van leiding van een rechtspersoon zich bevindt op een grensoverschrijdend bedrijventerrein en de gemeenschappelijke grens tussen de Staten loopt door de vaste bedrijfsinrichting waarin de plaats van leiding zich bevindt en niet eenduidig kan worden vastgesteld in welke van de Staten de rechtspersoon haar plaats van leiding heeft, dan heeft zij haar woonplaats in de Staat waarin het grootste deel van de door de onderneming gebruikte oppervlakte van het gebouw, waarin de leiding van de onderneming wordt uitgeoefend, zich bevindt. Nadere regelingen voor de vaststelling, in welk van de Staten de rechtspersoon haar woonplaats heeft, zijn neergelegd in de bijlage bij de Overeenkomst.
**(6).** Voor de toepassing van deze Overeenkomst is de plaats van de leiding de plaats, waar het middelpunt van de algemene leiding van de onderneming zich bevindt. Bevindt de plaats van de leiding van een scheepvaartonderneming zich aan boord van een schip, dan wordt voor de toepassing van deze Overeenkomst de plaats, waar het schip zijn thuishaven heeft, als de plaats van de leiding beschouwd.
Van toepassing a.op belastingen aan de bron geheven over
bedragen die op of na 1 januari 2005 worden genoten;b.op de overige van het inkomen of het vermogen
geheven belastingen, die worden geheven voor belastingjaren vanaf 1 januari
2005 (Trb. 2004/185).
Artikel 3
Artikel 3
Deze tekst geldt sinds 30 december 2004