**(1).** Voor zover uit het zinsverband niet iets anders volgt, betekent in deze Overeenkomst:
het begrip „persoon” zowel natuurlijke als rechtspersonen; verenigingen van personen en fondsen (beheren) die als zodanig als een rechtspersoon aan de belastingheffing zijn onderworpen, alsmede de Nederlandse commanditaire vennootschappen op aandelen worden als rechtspersonen beschouwd;
het begrip „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting, waarin de werkzaamheden van de onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
Als vaste inrichtingen worden met name beschouwd:
een plaats waar leiding wordt gegeven;
een filiaal;
een kantoor;
een fabriek;
een werkplaats;
een mijn, een steengroeve of een andere plaats van natuurlijke hulpbronnen in exploitatie;
uitvoering van een bouwwerk of constructiewerkzaamheden, waarvan de duur twaalf maanden overschrijdt.
Als vaste inrichtingen worden niet beschouwd:
het gebruik maken van inrichtingen, uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de opslag, uitstalling of aflevering;
het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar uitsluitend voor de bewerking of verwerking door een andere onderneming;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor de aankoop van goederen of koopwaar of voor de inwinning van inlichtingen voor de onderneming;
het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor reclamedoeleinden, voor het geven van inlichtingen, voor wetenschappelijk onderzoek of voor het verrichten van soortgelijke werkzaamheden, welke voor de onderneming van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulp werkzaamheden hebben.
Een persoon, die in een van de Staten voor een onderneming van de andere Staat werkzaam is — met uitzondering van een onafhankelijke vertegenwoordiger in de zin van letter d —, wordt als een in de eerstgenoemde Staat aanwezige vaste inrichting beschouwd, indien hij een machtiging bezit om namens de onderneming in deze Staat overeenkomsten af te sluiten, en dit recht aldaar gewoonlijk uitoefent, tenzij zijn werkzaamheden zich tot de aankoop van goederen of waren voor de onderneming beperken.
Een onderneming van een van de Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten, enkel op grond van het feit, dat zij aldaar zakenrelaties onderhoudt door middel van een makelaar, commissionair of enig andere onafhankelijke vertegenwoordiger, ingeval deze persoon in de normale uitoefening van zijn bedrijf handelt.
Het feit, dat een vennootschap met woonplaats in een van de Staten een vennootschap beheerst of door een vennootschap wordt beheerst, die in de andere Staat haar woonplaats heeft of in die andere Staat zakenrelaties onderhoudt (hetzij door middel van een vaste inrichting hetzij op andere wijze), stempelt op zichzelf niet een van de beide vennootschappen tot een vaste inrichting van de andere vennootschap.
het begrip „hoogste belastingautoriteit” in de Bondsrepubliek Duitsland de „Bundesminister der Finanzen”, in het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Financiën of zijn gevolmachtigde vertegenwoordiger;
het begrip „onderdaan”
met betrekking tot de Bondsrepubliek Duitsland:
alle Duitsers in de zin van artikel 116, eerste lid, van de Grondwet voor de Bondsrepubliek Duitsland;
met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden:
alle Nederlanders en voorts alle Nederlandse onderdanen, die in Nederland wonen.
Als onderdanen worden ook beschouwd rechtspersonen, die volgens het in de ene of de andere Staat geldende recht zijn opgericht;
het begrip „onderneming van een van de Staten” of „onderneming van de andere Staat” een onderneming op het gebied van handel, nijverheid of van enige andere tak van niet-agrarisch bedrijf, die door een persoon met woonplaats in Nederland of door een persoon met woonplaats in de Bondsrepubliek Duitsland wordt gedreven, al naar het zinsverband vereist.
het begrip „grensoverschrijdend bedrijventerrein” een ruimtelijk besloten gebied, dat zich zowel op Nederlands als op Duits grondgebied uitstrekt en waar de gemeenschappelijke grens tussen beide Staten doorheen loopt, voorzover de Staten het gebied in onderling overleg tot grensoverschrijdend bedrijventerrein hebben bestempeld.
**(2).** Voor de toepassing van deze Overeenkomst door een van de Staten heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elk niet in deze Overeenkomst omschreven begrip de betekenis, welke dat begrip heeft volgens de in die Staat van kracht zijnde wetten met betrekking tot belastingen, welke het onderwerp van deze Overeenkomst vormen.
Van toepassing a.op belastingen aan de bron geheven over
bedragen die op of na 1 januari 2005 worden genoten;b.op de overige van het inkomen of het vermogen
geheven belastingen, die worden geheven voor belastingjaren vanaf 1 januari
2005 (Trb. 2004/185).
Artikel 2
Artikel 2
Deze tekst geldt sinds 30 december 2004