**1.** De Organisatie draagt zorg voor de samenwerking tussen de Europese Staten op het gebied van kernfysisch onderzoek van zuiver wetenschappelijke en fundamentele aard en onderzoekingen welke daar wezenlijk mee in verband staan. De Organisatie houdt zich niet bezig met werk voor militaire behoeften en de resultaten van haar proefondervindelijk en theoretisch werk worden gepubliceerd of op andere wijze voor iedereen toegankelijk gemaakt.
**2.** Ten aanzien van de in lid 1 bedoelde samenwerking beperkt de Organisatie haar werkzaamheden tot de hieronder genoemde:
De bouw en het doen functioneren van een of meer internationale laboratoria (hierna te noemen „de Laboratoria”) voor het onderzoek met betrekking tot deeltjes met grote energieën, met inbegrip van werk op het gebied van kosmische straling. Elk Laboratorium omvat mede:
een of meer deeltjesversnellers;
de noodzakelijke hulpapparatuur ten gebruike bij de onderzoekingsprogramma's uitgevoerd door middel van de hierboven onder (i) bedoelde installaties;
de gebouwen welke noodzakelijk zijn voor de huisvesting van de hierboven onder (i) en (ii) bedoelde installaties en apparatuur, en voor het bestuur van haar andere functies.
Het organiseren en stimuleren van internationale samenwerking op het gebied van kernfysisch onderzoek, met inbegrip van samenwerking buiten de Laboratoria. Deze samenwerking kan in het bijzonder betrekking hebben op:
werk op het gebied van de theoretische kernfysica;
het bevorderen van contact tussen, en het uitwisselen van, wetenschappelijke onderzoekers, de verspreiding van inlichtingen en het verschaffen van de mogelijkheid voor wetenschappelijke onderzoekers hun kennis te verdiepen en hun beroepsvorming te voltooien;
het samenwerken met, en het geven van advies aan, andere instellingen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek;
onderzoek op het gebied van kosmische straling.
**3.** De programma's van de Organisatie omvatten:
Het programma dat op haar Laboratorium te Genève wordt uitgevoerd, waaronder begrepen een proton-synchrotron voor energieën boven tien Giga electron-Volt (1010 eV) en een synchrocyclotron voor energieën van 600 Mega electron-Volt (6 x 108 eV);
Het programma voor de bouw en het doen functioneren van de aan het onder a hierboven genoemde proton-synchrotron verbonden kruisende opslagringen;
Het programma voor de bouw en het doen functioneren van een Laboratorium dat mede een proton-synchroton voor energieën van omstreeks driehonderd Giga electron-Volt (3 x 1011 eV) omvat;
Eventuele andere programma's voor zover die binnen het in lid 2 hierboven gestelde kunnen worden ingepast.
**4.** De in lid 3, onder c en d , bedoelde programma's dienen door de Raad, met een twee derde meerderheid van alle Lidstaten, te worden goedgekeurd. Tegelijk met het geven van zijn goedkeuring, geeft de Raad een omschrijving van het programma; in deze omschrijving worden de administratieve, financiële en andere bepalingen genoemd die voor een juiste uitvoering van het programma van node zijn.
**5.** Elke wijziging in de omschrijving van een programma dient door de Raad, met een twee derde meerderheid van alle Lidstaten, te worden goedgekeurd.
**6.** Tot het tijdstip waarop de in lid 3, onder c, hierboven, bedoelde versneller in bedrijf zal worden gesteld, welk tijdstip door de Raad, met een twee derde meerderheid van alle Lidstaten, wordt vastgesteld, geldt het in dat lid, onder a, bedoelde programma als het basisprogramma van de Organisatie. Van bedoeld tijdstip af vormt het onder c bedoelde programma ook een onderdeel van het basisprogramma. De Raad kan, met een twee derde meerderheid van alle Lidstaten, beslissen dat het onder a bedoelde programma niet langer een onderdeel vormt van het basisprogramma, tenzij een aan dit programma deelnemende Lidstaat tegenstemt.
**7.** De Laboratoria zullen op zo groot mogelijke schaal samenwerken met laboratoria en instellingen op het grondgebied van de Lidstaten binnen het kader van hun programma's.
Voor zover zulks in overeenstemming is met de doelstellingen van de Organisatie, trachten de Laboratoria dubbel werk te vermijden ten aanzien van de onderzoekingen welke in bedoelde laboratoria of instellingen worden verricht.
Artikel II
Doelstellingen
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor kernphysisch onderzoek· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 17 januari 1971