Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 59, tweede lid van het Verdrag legt de belanghebbende aan het bevoegde orgaan een bewijs over met betrekking tot zijn gezinsleden die op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat wonen. Dit bewijs wordt afgegeven door het orgaan dat is aangewezen door de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waar deze gezinsleden wonen. Hierin moet worden bevestigd dat de gezinsleden niet reeds in aanmerking zijn genomen voor de berekening van de werkloosheidsuitkeringen die aan een rechthebbende van dezelfde familie krachtens de wetgeving van de genoemde Verdragsluitende Partij verschuldigd zijn. Bovendien is artikel 18, tweede lid van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.
TITEL IV › HOOFDSTUK 5 › Paragraaf
Artikel 67
Bewijs betreffende de gezinsleden die in aanmerking moeten worden genomen
Onderdeel van Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1987