Naar hoofdinhoud

Artikel IIA

INTERREGIONAAL KAPITAAL VAN DE BANK

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 10 januari 1977

Sectie 1. Interregionaal maatschappelijk kapitaal Het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal van de Bank bedraagt vierhonderdtwintig miljoen dollar ($ 420.000.000) uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959 en wordt verdeeld in 42.000 aandelen, met een pari-waarde van $ 10.000 elk, waarop overeenkomstig sectie 2 van dit artikel door de leden kan worden ingeschreven. Het interregionaal maatschappelijk kapitaal wordt verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. Van het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal wordt de tegenwaarde van zeventig miljoen dollar ($ 70.000.000) gevormd door volgestorte aandelen en driehonderdvijftig miljoen dollar ($ 350.000.000) wordt gevormd door niet-volgestorte aandelen voor de doeleinden aangegeven in sectie 3 (c) van dit artikel. Behoudens de bepalingen van artikel VIII, sectie 4 (b), kan het interregionaal maatschappelijk kapitaal worden verhoogd wanneer de Raad van Bestuur zulks wenselijk acht en op een wijze die is overeengekomen met een twee derde meerderheid van het totaal aantal bestuurders, waaronder begrepen twee derde van de bestuurders van regionale leden, die ten minste drie vierde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen vertegenwoordigen. Wanneer het gewoon maatschappelijk kapitaal wordt verhoogd ingevolge artikel II, sectie 2 (e), en een lid maakt gebruik van de in artikel IIA, sectie 2 (g), voorziene keuzemogelijkheid, dan wordt het interregionaal kapitaal verhoogd met het bedrag dat nodig is om een zodanig lid in staat te stellen gebruik te maken van die keuzemogelijkheid en de voor inschrijving door dat lid beschikbare gewone kapitaalaandelen worden verminderd met een gelijk bedrag en worden dienovereenkomstig geannuleerd. Sectie 2. Inschrijving op aandelen van interregionaal kapitaal Ieder niet-regionaal lid schrijft in op aandelen van het interregionaal aandelenkapitaal en regionale leden kunnen daarop inschrijven overeenkomstig de in artikel II, sectie 3 (b) gestelde voorwaarden, alsmede op de voorwaarden die de Raad van Bestuur vaststelt, behoudens de bepalingen van dit lid. Het aantal aandelen van volgestort en niet-volgestort interregionaal aandelenkapitaal waarop ieder oorspronkelijk niet-regionaal lid inschrijft, wordt bepaald door de Bank. De Bank bepaalt de inschrijving alsmede de wijze van betaling daarvan, van een nieuw niet-regionaal lid, daarbij de voorwaarden van de bestaande inschrijvingen in aanmerking nemend. Regionale leden kunnen inschrijven op het interregionaal aandelenkapitaal op de voorwaarden die de Bank bepaalt, daarbij de voor inschrijvingen door niet-regionale leden vastgestelde voorwaarden in aanmerking nemend. De aandelen van het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal worden uitgegeven a pari. Andere aandelen worden uitgegeven a pari tenzij de Bank onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven. De aansprakelijkheid van de lid-landen uit hoofde van hun interregionaal aandelenbezit is beperkt tot het niet-betaalde gedeelte van de prijs van uitgifte. De aandelen van het interregionaal kapitaal worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts aan de Bank overdraagbaar. Ieder lid dat het recht heeft in te schrijven op het gewone kapitaal van de Bank krachtens artikel II, sectie 3 (b), heeft de mogelijkheid dat recht terzijde te stellen en in plaats daarvan in te schrijven op een gelijk bedrag van het interregionaal aandelenkapitaal. Sectie 3. Betaling der inschrijvingen op interregionaal kapitaal Betaling van het door ieder lid op het volgestort interregionaal kapitaal ingeschreven bedrag geschiedt volledig in de valuta van het onderscheiden lid dat ten genoegen van de Bank maatregelen treft ten einde te verzekeren dat, behoudens de bepalingen van artikel V, sectie 1 (c), zijn valuta vrij inwisselbaar is in de valuta's van andere landen, zulks ten behoeve van de werkzaamheden van de Bank. Elke betaling door een lid krachtens het bepaalde onder letter (a) van deze sectie beloopt het bedrag dat de Bank acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeelte van de inschrijving dat wordt betaald, uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959. De aanvankelijke betaling beloopt het bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt aangepast op de wijze die de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde in dollars zoals bepaald in deze sectie te vormen, en wel binnen 60 dagen na de datum waarop de betaling was verschuldigd. Het niet-volgestorte deel van de inschrijving op interregionale kapitaalaandelen van de Bank kan slechts worden gevorderd wanneer de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen aangegaan krachtens artikel III, sectie 4 (iv) en (v), uit hoofde van het lenen van fondsen voor toevoeging aan de interregionale kapitaalmiddelen van de Bank of van ten laste van die middelen komende garanties. In geval van een zodanige vordering kan de betaling naar keuze van het lid geschieden in volledig inwisselbare valuta van een lid-land of in de valuta die nodig is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank die aanleiding zijn tot het verzoek tot storting. Verzoeken tot storting op niet-betaalde inschrijvingen van interregionaal niet-volgestort kapitaal dienen een gelijk percentage van alle zodanige aandelen te betreffen. Sectie 4. Interregionale kapitaalmiddelen In deze Overeenkomst wordt onder de term „interregionale kapitaalmiddelen” van de Bank verstaan: het interregionaal maatschappelijk kapitaal, zowel de volgestorte als de niet-volgestorte aandelen omvattende, ingeschreven ingevolge sectie 2 van dit artikel; alle fondsen verkregen uit leningen aangegaan krachtens de in artikel VII, sectie 1 (i) verleende bevoegdheid, waarop de verplichting bedoeld in sectie 3 (c) van dit artikel van toepassing is; alle fondsen ontvangen als terugbetaling van leningen die zijn verstrekt met de onder (i) en (ii) van deze sectie aangeduide middelen; alle inkomsten afkomstig van leningen uit bovengenoemde fondsen of van garanties waarop de verplichting genoemd in sectie 3 (c) van dit artikel van toepassing is; en alle andere inkomsten uit enige van de bovenvermelde middelen.

Rechtspraak bij dit artikel