Naar hoofdinhoud

Artikel III

WERKZAAMHEDEN

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 10 januari 1977

Sectie 1. Gebruik der middelen De middelen en faciliteiten van de Bank worden uitsluitend gebruikt om het doel te bereiken en de taken te vervullen die zijn vermeld in artikel I van deze Overeenkomst. Sectie 2. Soorten werkzaamheden De werkzaamheden van de Bank worden verdeeld in gewone werkzaamheden, werkzaamheden met betrekking tot interregionale middelen, en speciale operaties. De gewone werkzaamheden zijn die welke worden gefinancierd uit de gewone kapitaalmiddelen van de Bank, zoals omschreven in artikel II, sectie 5. De werkzaamheden met betrekking tot interregionale middelen zijn die welke worden gefinancierd uit de interregionale kapitaalmiddelen van de Bank, zoals omschreven in artikel IIA, sectie 4. Beide soorten werkzaamheden hebben uitsluitend betrekking op leningen die zijn verstrekt, waarin wordt deelgenomen, of die zijn gegarandeerd door de Bank en die slechts kunnen worden terugbetaald in de onderscheiden valuta of valuta's waarin de leningen zijn verstrekt. Zodanige werkzaamheden zijn onderworpen aan de voorwaarden die de Bank, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, raadzaam acht. De speciale operaties zijn die welke worden gefinancierd uit de middelen van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel IV. Sectie 3. Principe van scheiding Behoudens de bepalingen inzake wijziging voorzien in artikel XII (a) (ii), worden de in artikel II, sectie 5 omschreven gewone kapitaalmiddelen, de in artikel IIA, sectie 4 omschreven interregionale kapitaalmiddelen en de in artikel IV, sectie 3 (h) omschreven middelen van het Fonds te allen tijde en in alle opzichten volledig gescheiden van elkaar gehouden, gebruikt, belast, belegd, of anderszins aangewend. De gewone kapitaalmiddelen en de interregionale kapitaalmiddelen mogen in geen geval worden belast met of gebruikt worden tot voldoening van verplichtingen, aansprakelijkheden of verliezen voortspruitende uit werkzaamheden waarvoor de oorspronkelijke middelen van het Fonds werden gebruikt of belast. De gewone kapitaalmiddelen mogen in geen geval worden belast met of gebruikt worden tot voldoening van verplichtingen, aansprakelijkheden of verliezen die ten laste komen van de interregionale kapitaalmiddelen; uitgezonderd zoals bepaald in artikel VII, sectie 3 (d), mogen de interregionale kapitaalmiddelen in geen geval worden belast met of gebruikt worden tot voldoening van verplichtingen, aansprakelijkheden of verliezen die ten laste komen van de gewone kapitaalmiddelen. In de financiële verslagen van de Bank dienen de gewone werkzaamheden, de werkzaamheden met betrekking tot de interregionale middelen, en de speciale operaties afzonderlijk te worden opgenomen en de Bank dient de andere administratieve regels op te stellen die eventueel nodig zijn om de doeltreffende scheiding van de drie soorten werkzaamheden te verzekeren. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met de gewone werkzaamheden worden ten laste van de gewone kapitaalmiddelen gebracht. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met werkzaamheden met betrekking tot interregionale middelen worden ten laste van de interregionale kapitaalmiddelen gebracht. Uitgaven die rechtstreeks verband houden met speciale operaties worden ten laste van de middelen van het Fonds gebracht. Andere uitgaven worden in rekening gebracht op door de Bank te bepalen wijze. Sectie 4. Methoden voor het verstrekken of garanderen van leningen Onder de in dit artikel gestelde voorwaarden kan de Bank leningen verstrekken of garanderen ten gunste van een lid of een instelling of staatkundig onderdeel daarvan, en aan ondernemingen op het grondgebied van een lid, op de volgende wijzen: door het verstrekken van of deelnemen in rechtstreekse leningen met fondsen uit het onaangetast volgestort gewoon kapitaal en, met uitzondering van het geval geregeld in sectie 13 van dit artikel, uit haar reserves en onverdeelde winst; of uit de onaangetaste middelen van het Fonds; door het verstrekken van of deelnemen in rechtstreekse leningen met fondsen die hetzij door de Bank zijn verkregen op kapitaalmarkten, hetzij geleend of anderszins verworven zijn ter opneming in de gewone kapitaalmiddelen van de Bank of de middelen van het Fonds; door het verstrekken van of deelnemen in rechtstreekse leningen met fondsen overeenkomend met het onaangetast volgestort interregionaal kapitaal, waaronder begrepen alle reserves of onverdeelde winst die tot die middelen behoren; door het verstrekken van of deelnemen in rechtstreekse leningen met fondsen die hetzij door de Bank zijn verkregen op kapitaalmarkten, hetzij geleend of anderszins verworven zijn ter opneming in de interregionale kapitaalmiddelen van de Bank; en door, ten laste van de gewone kapitaalmiddelen, de interregionale kapitaalmiddelen of de middelen van het Fonds, geheel of ten dele leningen te garanderen die, behalve in bijzondere gevallen, zijn verstrekt door particuliere investeerders. Sectie 5. Beperkingen ten aanzien van de werkzaamheden Het totale uitstaande bedrag aan leningen en garanties die door de Bank zijn verstrekt of gegeven in het kader van haar gewone werkzaamheden, mag nimmer het totale bedrag van haar onaangetast geplaatst gewoon kapitaal te boven gaan, waarbij de onaangetaste reserves en de winst zijn begrepen in haar gewone kapitaalmiddelen, zoals omschreven in artikel II, sectie 5, doch met uitzondering van de inkomsten die zijn toegewezen aan de ingevolge sectie 13 van dit artikel ingestelde bijzondere reserve en van andere inkomsten van de gewone kapitaalmiddelen die bij besluit van de Raad van Bestuur zijn toegewezen aan reserves die niet beschikbaar zijn voor leningen of garanties. Het totale uitstaande bedrag aan leningen en garanties die door de Bank zijn verstrekt of gegeven in het kader van haar werkzaamheden met betrekking tot de interregionale middelen mag nimmer het totale bedrag van haar onaangetast geplaatst interregionaal kapitaal te boven gaan, waarbij de onaangetaste reserves en de winst zijn begrepen in de interregionale kapitaalmiddelen van de Bank, zoals omschreven in artikel IIA, sectie 4, doch met uitzondering van de inkomsten van de interregionale kapitaalmiddelen die bij besluit van de Raad van Bestuur zijn toegewezen aan reserves die niet beschikbaar zijn voor leningen of garanties. Met betrekking tot leningen verstrekt uit door de Bank geleende fondsen waarop de verplichtingen zoals bepaald in artikel II, sectie 4 (a) (ii) van toepassing zijn, mag het totale bedrag der hoofdsom dat uitstaat en betaalbaar is aan de Bank in een bepaalde valuta nimmer het totale bedrag van de hoofdsom der door de Bank ter opneming in haar gewone kapitaalmiddelen opgenomen uitstaande leningen, die betaalbaar zijn in dezelfde valuta, te boven gaan. Met betrekking tot leningen verstrekt uit door de Bank geleende fondsen waarop de verplichtingen zoals bepaald in artikel IIA, sectie 3 (c), van toepassing zijn, mag het totale bedrag der hoofdsom dat uitstaat en betaalbaar is aan de Bank in een bepaalde valuta nimmer het totale bedrag der hoofdsom van de door de Bank ter opneming in haar interregionale kapitaalmiddelen opgenomen uitstaande leningen, die betaalbaar zijn in dezelfde valuta, te boven gaan. Sectie 6. Financiering van rechtstreekse leningen Bij het verstrekken van rechtstreekse leningen of het deelnemen daarin, kan de Bank op een van de volgende wijzen gelden ter beschikking stellen: door de leningnemer andere valuta's van leden te verschaffen dan de valuta van het lid op welks grondgebied het project moet worden uitgevoerd, die nodig zijn om de deviezenkosten van het project te dekken. Door gelden ter beschikking te stellen ten einde uitgaven te dekken die in verband staan met de doeleinden van de lening op het grondgebied van het lid waarop het project moet worden uitgevoerd. Slechts in bijzondere gevallen, met name wanneer het project indirect aanleiding is tot een vergroting van de vraag naar deviezen in dat land, wordt de door de Bank gegeven financiering tot dekking van lokale uitgaven verschaft in goud of in andere valuta's dan die van een zodanig lid; in die gevallen mag het bedrag van de door de Bank voor deze financiering ter beschikking gestelde fondsen niet hoger zijn dan een redelijk gedeelte van de door de leningnemer gemaakte lokale kosten. Sectie 7. Regels en voorwaarden voor het verstrekken of garanderen van leningen De Bank kan leningen verstrekken of garanderen met inachtneming van de volgende regels en voorwaarden: de aanvrager van de lening heeft een uitgewerkt voorstel ingediend en de stafleden van de Bank hebben een schriftelijk verslag voorgelegd waarin het voorstel, na bestudering van de kwaliteiten ervan, wordt aanbevolen. In bijzondere omstandigheden kan de Raad van Bewindvoerders met een meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen verlangen dat een voorstel ter beslissing wordt voorgelegd aan de Raad zonder zodanig rapport; bij het beoordelen van een aanvraag voor een lening of een garantie overweegt de Bank de mogelijkheid voor de leningnemer de lening te verkrijgen uit particuliere fondsen op voorwaarden die de Bank voor de leningnemer redelijk acht, daarbij rekening houdende met alle in het geding zijnde factoren; bij het verstrekken of garanderen van een lening overweegt de Bank terdege de kansen dat de leningnemer en degene die zich eventueel voor hem garant stelt, bij machte zullen zijn hun verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst van lening na te komen; naar het oordeel van de Bank zijn de rentevoet, de andere kosten en het terugbetalingsschema van de hoofdsom in overeenstemming met het desbetreffende project; bij het garanderen van een lening die is verstrekt door andere investeerders, ontvangt de Bank een passende vergoeding voor het risico dat zij loopt; en door de Bank verstrekte of gegarandeerde leningen zijn voornamelijk voor het financieren van specifieke projecten, met inbegrip van die welke deel uitmaken van een nationaal of regionaal ontwikkelingsprogramma. De Bank kan echter algemene leningen verstrekken of garanderen aan ontwikkelingsinstellingen of soortgelijke organen van de leden zodat deze laatsten de financiering van specifieke ontwikkelingsprojecten kunnen vergemakkelijken waarvan de individuele financieringsbehoeften naar het oordeel van de Bank niet groot genoeg zijn om rechtstreeks toezicht door de Bank te rechtvaardigen. De Bank financiert geen ondernemingen op het grondgebied van een lid indien dat lid tegen die financiering bezwaar maakt. Sectie 8. Facultatieve voorwaarden voor het verstrekken of garanderen van leningen In geval van leningen of garanties van leningen aan niet-gouvernementele lichamen kan de Bank, indien zij zulks raadzaam oordeelt, eisen dat het lid op welks grondgebied het project moet worden uitgevoerd, of een openbare instelling of een soortgelijke instantie van het lid die aanvaardbaar is voor de Bank, de terugbetaling garandeert van de hoofdsom en de betaling van rente en andere kosten op de lening. De Bank kan zodanige andere voorwaarden aan het verstrekken of garanderen van leningen verbinden die zij passend acht, daarbij zowel de belangen van de rechtstreeks bij het desbetreffende voorstel voor een lening of garantie betrokken leden in aanmerking nemend als de belangen van de leden gezamenlijk. Sectie 9. Gebruik van door de Bank verstrekte of gegarandeerde leningen Behoudens het bepaalde in artikel V, sectie 1, stelt de Bank niet de voorwaarde dat de opbrengst van een lening moet worden besteed op het grondgebied van een bepaald land noch dat die opbrengst niet mag worden besteed op het grondgebied van een bepaald lid of bepaalde leden; met dien verstande echter dat met betrekking tot een verhoging van de middelen van de Bank, de Raad van Bestuur kan beslissen over de kwestie van beperking van de besteding door de Bank of een lid ten aanzien van die leden die niet deelnemen in een verhoging op de door de Raad van Bestuur gestelde voorwaarden. De Bank neemt de nodige maatregelen om te verzekeren dat de opbrengst van een lening die is verstrekt of gegarandeerd door de Bank of waarin door de Bank wordt deelgenomen, alleen wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor de lening werd verstrekt, met de nodige aandacht voor overwegingen van zuinigheid en doelmatigheid. Sectie 10. Regelingen voor de betaling van rechtstreekse leningen In contracten van door de Bank in overeenstemming met sectie 4 van dit artikel verstrekte rechtstreekse leningen worden vastgesteld: Alle voorwaarden voor iedere lening, met inbegrip van onder meer regelingen voor de betaling van de hoofdsom, de rentevoet en andere kosten, de vervaldata en de betaaldata; en De valuta of valuta's waarin betalingen aan de Bank dienen te worden gedaan. Sectie 11. Garanties Bij het garanderen van een lening berekent de Bank een periodiek over het uitstaande bedrag van de lening te betalen garantievergoeding waarvan de hoogte door de Bank wordt vastgesteld. Door de Bank gesloten garantiecontracten houden in dat de Bank haar aansprakelijkheid met betrekking tot rente kan beëindigen indien, bij in gebreke blijven van de leningnemer en de eventuele garant, de Bank aanbiedt de gegarandeerde obligaties of andere schuldverplichtingen te kopen, a pari, vermeerderd met de bijkomende interest, tot een in het aanbod genoemde datum. Bij het geven van garanties heeft de Bank de bevoegdheid andere voorwaarden en bedingen vast te stellen. Sectie 12. Bijzondere provisie De Bank berekent een bijzondere provisie op alle leningen die zij verstrekt, waarin zij deelneemt, of die zij garandeert met of ten laste van de gewone kapitaalmiddelen van de Bank. Deze periodiek betaalbare bijzondere provisie wordt berekend over het bedrag dat uitstaat op elke lening, deelneming, of garantie en wel op basis van een procent per jaar, tenzij de Bank met een twee derde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen besluit het provisiepercentage te verminderen. Sectie 13. Bijzondere reserve Het bedrag van de door de Bank krachtens sectie 12 van dit artikel ontvangen provisies wordt op een bijzondere reserverekening geboekt, die beschikbaar wordt gehouden om verplichtingen van de Bank overeenkomstig artikel VII, sectie 3 (b) (i) na te komen. De Raad van Bewindvoerders kan bepalen in welke liquide vorm, toegestaan krachtens deze Overeenkomst, de bijzondere reserve zal worden aangehouden.

Rechtspraak bij dit artikel