Naar hoofdinhoud
1. De bevoegde organen van de krijgsmachten hebben het recht op openbare wegen, in openbare gelegenheden en in openbare verkeersmiddelen binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek te patrouilleren, en ten aanzien van de leden van de krijgsmachten op te treden teneinde orde en tucht te handhaven. 2. Hun bevoegdheden ten aanzien van personen welke onderworpen zijn aan de Duitse rechtsmacht worden bepaald in overeenstemming met de bepalingen van artikel 7 van dit Verdrag. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel