Naar hoofdinhoud
1. Leden der krijgsmachten, met uitzondering van gezinsleden, die zich overeenkomstig artikel 24 van dit Verdrag behoorlijk legitimeren, hebben onbeperkt recht op toegang tot, en vertrek uit, het grondgebied van de Bondsrepubliek. Gezinsleden hebben recht op een zodanige toegang en een zodanig vertrek indien zij een geldig paspoort tonen waarop zij als zodanig zijn aangegeven. 2. De autoriteiten van de betrokken Mogendheid kunnen op door hun aangewezen plaatsen langs de grens deelnemen aan de contrôle van reispapieren van leden der krijgsmachten. 3. Leden van de krijgsmachten zijn niet onderworpen aan de Duitse wetgeving betreffende de registratie van en het toezicht op vreemdelingen. 4. Leden van de krijgsmachten verwerven niet het recht op duurzaam verblijf of op woonplaats op het grondgebied der Bondsrepubliek. Indien een persoon ophoudt lid te zijn van de krijgsmachten doch op het grondgebied der Bondsrepubliek blijft vertoeven, delen de bevoegde autoriteiten van de krijgsmachten dit zo spoedig mogelijk aan de Duitse autoriteiten mede. De algemene politieverordeningen betreffende vreemdelingen zijn van toepassing op zulke personen. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel