**1.** Behoudens de bepalingen van enigerlei bijzondere overeenkomst, hebben de krijgsmachten het recht begraafplaatsen aan te leggen en te onderhouden en maatregelen te treffen voor het begraven, opgraven en vervoer van de stoffelijke overschotten van leden van de krijgsmachten overeenkomstig door de krijgsmachten zelf vast te stellen passende hygiënische voorschriften.
**2.** De autoriteiten der betrokken Mogendheid mogen het stoffelijk overschot van een lid van de krijgsmachten dat op het grondgebied der Bondsrepubliek overleden is in beslag nemen en er over beschikken en mogen over zijn persoonlijke eigendommen beschikken nadat de door de overledene op het grondgebied der Bondsrepubliek gemaakte schulden aan personen die geen leden zijn van de krijgsmachten zijn voldaan. Deze bepaling is niet van toepassing indien de overledene zijn hoofdverblijf op het grondgebied der Bondsrepubliek had.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL DRIE › AFDELING I
Artikel 31
Overlijden en begrafenissen
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956