Naar hoofdinhoud
1. Goederen welke onderworpen zijn aan accijnzen, zijn hiervan vrijgesteld indien zij door de krijgsmachten rechtstreeks van een Duitse fabrikant worden betrokken. Deze bepaling is niet van toepassing op accijnzen op tabak, koffie, thee, suiker, alcohol, mousserende wijnen en benzine, en evenmin op de op steenkool geheven belasting ter subsidiëring van huizenbouw ten behoeve van de mijnwerkers. De vrijstelling geldt alleen indien de goederen worden betrokken door de officiële inkoopbureaus van de krijgsmachten voor gebruik of verbruik door de krijgsmachten of hun leden. Wanneer de krijgsmachten aan accijns onderworpen goederen aanschaffen ten aanzien waarvan zij overeenkomstig (a) van dit lid aanspraak maken op vrijstelling van belasting, geven de krijgsmachten een verklaring af dat de goederen, welke nauwkeurig naar soort en hoeveelheid dienen te worden omschreven, uitsluitend bestemd zijn voor gebruik of verbruik door de krijgsmachten of hun leden. Vervallen. 2. Goederen geleverd aan en diensten verricht voor de krijgsmachten welke worden betrokken of verkregen door de officiële inkoopbureaux der krijgsmachten zijn vrijgesteld van omzetbelasting, mits zulke goederen of diensten bestemd zijn voor gebruik of verbruik door de krijgsmachten of hun leden. De leveranciers laten de omzetbelasting bij de berekening van de prijzen van die goederen of diensten buiten beschouwing. Waar, in het geval van in (a) van dit lid bedoelde goederen en diensten, de betaling geschiedt in de valuta van de betrokken Mogendheid, heeft de leverancier, wanneer hij hiertoe een verzoek doet, recht op terugbetaling van de reeds op de goederen betaalde omzetbelasting ten bedrage van de export-terugbetalingen krachtens lid 16 (2) van de Wet op de Omzetbelasting naar de tekst van 1 september 1951, evenals op de vrijstelling toegestaan overeenkomstig (a). Deze terugbetaling wordt op de prijs van de goederen of diensten in mindering gebracht. Waar op vrijstelling of terugbetaling van omzetbelasting krachtens (a) of (b) van dit lid aanspraak wordt gemaakt, verklaart het officiële inkoopbureau der krijgsmachten aan de verkoper dat de goederen of de diensten uitsluitend zijn bestemd voor gebruik of verbruik door de krijgsmachten of hun leden. Leveringen aan de krijgsmachten worden geacht leveringen aan groothandelaren te zijn. 3. De belasting van de krijgsmachten en hun leden wordt, voor zover hiervoor geen voorziening is getroffen in dit Verdrag, geregeld door de op 26 mei 1952 te Bonn ondertekende Overeenkomst inzake de belastingregeling voor de krijgsmachten en hun leden, zoals gewijzigd bij het op 26 juli 1952 te Bonn ondertekende Protocol. Vervallen. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel