Naar hoofdinhoud
1. Wanneer is overeengekomen dat een gedeelte van de krachtens artikel 38 van dit Verdrag overgelegde programma's inzake onroerende goederen zal worden uitgevoerd door middel van nieuwbouw, stellen de autoriteiten der krijgsmachten de bevoegde Duitse autoriteiten, met tussenpozen welke corresponderen met de programma's krachtens artikel 39, van hun bouwprogramma's in kennis en verschaffen, indien dit mogelijk is, bijzonderheden over de aard, omvang, ligging en de vereiste datum van oplevering van elk project, alsmede, voor zover dit noodzakelijk wordt, aanvullende bijzonderheden en doen zij mededeling van wijzigingen. De Duitse autoriteiten doen onverwijld hun opmerkingen aan de autoriteiten der krijgsmachten toekomen. Indien noodzakelijk heeft daarop gezamenlijk overleg plaats teneinde tot een vergelijk te komen dat de krijgsmachten in staat zal stellen hun verdedigingsopdracht te vervullen. 2. De tenuitvoerlegging van de bouwprojecten welke uit de Duitse verdedigingsbijdragen zullen worden gefinancierd, wordt door de Duitse bouw-autoriteiten overeenkomstig de Duitse wettelijke voorschriften en vastgestelde bouwverordeningen uitgevoerd. De autoriteiten der krijgsmachten stellen hun behoeften inzake het bestek vast en delen deze aan de Duitse autoriteiten mede, nemen deel aan de ontwerpwerkzaamheden, de aanbesteding en het verlenen van uitbestedingen en mogen om goede en dwingende redenen, welke aan de Duitse autoriteiten worden medegedeeld, elke inschrijving afwijzen. De autoriteiten der krijgsmachten mogen zich te allen tijde op de hoogte stellen van de vorderingen der bouwwerkzaamheden, documenten de bouw betreffende, inzien en inlichtingen eisen. De autoriteiten der krijgsmachten mogen te allen tijde de bouwwerkzaamheden inspecteren doch oefenen toezicht op het project uit door tussenkomst van de Duitse bouw-autoriteiten. In de gevallen waarin de autoriteiten der krijgsmachten later afwijking van het onder contract overeengekomene nodig achten, delen zij haar behoeften schriftelijk aan de Duitse autoriteiten mede. De Duitse autoriteiten aanvaarden de oplevering van het project door de aannemer slechts met de schriftelijke toestemming van de autoriteiten der krijgsmachten. 3. Reparaties en onderhoudswerkzaamheden worden verricht door de Duitse autoriteiten indien dit door de autoriteiten der krijgsmachten overeenkomstig wederzijdse overeenkomsten wordt verzocht. De bepalingen van lid 2 van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing. 4. Dit artikel is niet van toepassing op kleinere bouwprojecten, op bouworders welke zijn geplaatst vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag of op bouworders ten aanzien waarvan bijzondere overeenkomsten zijn getroffen. De omschrijving van kleinere bouwprojecten wordt door middel van bilaterale overeenkomsten vastgelegd. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel