Naar hoofdinhoud
1. De openbare diensten van de post en het verreberichtgevingssysteem van de Bondsrepubliek staan ter beschikking van de krijgsmachten en hun leden. Daarbij genieten de krijgsmachten een zodanige voorkeursbehandeling als noodzakelijk is voor de bevredigende vervulling van hun verdedigingsopdracht en als verenigbaar is met een redelijk evenwicht tussen de daaruit voortvloeiende behoefte en de noodzakelijke burgerlijke en verdedigingsbehoeften van de Bondsrepubliek. De ten aanzien van de dienst geldende voorwaarden bij de inwerkingtreding van dit Verdrag blijven van kracht. Deze voorwaarden kunnen op verzoek van een van de ondertekenende staten worden herzien en gewijzigd indien zij onverenigbaar zijn met dit Verdrag. In het geval van een dergelijke herziening dienen de vast te leggen dienstvoorwaarden in overeenstemming te zijn met de behoeften van de krijgsmachten en de dienstvoorwaarden van hun leden bij de uitvoering van de verdedigingsopdracht van de krijgsmachten. 2. Op verzoek ontvangen de krijgsmachten voor permanente of tijdelijke doeleinden verreberichtgevingsstroomkringen voor hun uitsluitend gebruik onder de in lid 1 van dit artikel vermelde voorwaarden. 3. Indien de Duitse openbare post en verreberichtgevingsfaciliteiten niet voldoende zijn om aan de behoeften van de krijgsmachten te voldoen, zullen de Duitse autoriteiten, op verzoek van gemachtigde vertegenwoordigers van de hoogste bevelvoerende officieren van de krijgsmachten, de bestaande faciliteiten uitbreiden of nieuwe faciliteiten oprichten in de mate waarin zulks noodzakelijk is. De krijgsmachten stellen de Duitse autoriteiten zo vroegtijdig mogelijk van deze behoeften in kennis. Dergelijke faciliteiten worden beheerd door de Bondsrepubliek tenzij onderling anders is overeengekomen. 4. De bepalingen van artikel 48 van dit Verdrag zijn mutatis mutandis van toepassing op verbindingsfaciliteiten en -inrichtingen welke tot nu toe gebruikt werden door de krijgsmachten. 5. Verbindingsfaciliteiten binnen Duitsland welke aan de krijgsmachten toebehoren, kunnen ter beschikking van de Bondsrepubliek Duitsland worden gesteld, wanneer de krijgsmachten bepalen dat zodanige faciliteiten beschikbaar zijn. De dienstvoorwaarden bedoeld in lid 1 van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op zodanige faciliteiten. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel