**1.** De krijgsmachten brengen de bevoegde Duitse autoriteiten zo spoedig mogelijk op de hoogte van hun behoeften aan burgerpersoneel en verkrijgen arbeidskrachten als regel door bemiddeling van deze autoriteiten. De diensten van de bevoegde Duitse autoriteiten worden aan de leden van de krijgsmachten ter beschikking gesteld voor het aantrekken van geschikte burgerarbeidskrachten.
**2.** Duitsers die in dienst van de krijgsmachten werken, zijn onderworpen aan alle verplichtingen welke voortvloeien uit de regelingen voortvloeiende uit de Duitse verdedigingsbijdrage. Zij zullen alleen worden gebruikt in functies van non-combattanten met inbegrip van burgerbewakingsdiensten.
**3.** De Duitse arbeidswetgeving zoals die geldt voor de autoriteiten van de Bondsrepubliek, geldt met uitzondering van de tariefregelingen, voor werkzaamheden bij de krijgsmachten tenzij in dit artikel anders is bepaald. Waar noodzakelijk onderzoekt een krachtens lid 10 van dit artikel ingestelde Gemengde Commissie op verzoek van de hoogste autoriteiten der krijgsmachten of, en in welke mate, zekere bepalingen van de Duitse arbeidswetgeving onverenigbaar zijn met de militaire behoeften der krijgsmachten. De bevoegde Duitse autoriteiten houden overeenkomstig artikel 3 van dit Verdrag behoorlijk rekening met de bevindingen van deze Commissie.
**4.** Het verrichten van werkzaamheden bij de krijgsmachten wordt niet beschouwd als tewerkstelling in de Duitse openbare dienst.
**5.** De Duitse autoriteiten stellen in overeenstemming met de autoriteiten der krijgsmachten vast
de arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van lonen, salarissen en indeling in beroepengroepen (hetgeen dient als grondslag voor afzonderlijke arbeidsovereenkomsten) en mogen tariefovereenkomsten afsluiten;
de wijze van uitbetaling.
**6.** De autoriteiten der krijgsmachten hebben met betrekking tot de in dit artikel bedoelde arbeidskrachten recht van indienstneming, plaatsing, opleiding, overplaatsing met toestemming van de werknemer, ontslag en aanvaarding van ontslagindiening.
**7.** De autoriteiten der krijgsmachten stellen het aantal en de aard der benodigde arbeidsplaatsen vast en delen die arbeidsplaatsen in overeenkomstig de krachtens (a) van lid 5 van dit artikel vastgestelde beroepengroepen. De personen, die zulke betrekkingen zullen vervullen, worden door de autoriteiten der krijgsmachten voorlopig ingedeeld in de overeenkomstige loon- en salarisgroepen. De laatstgenoemde classificatie is onderworpen aan de goedkeuring van de bevoegde Duitse autoriteiten. Een dergelijke goedkeuring zal geacht worden te zijn gegeven indien de Duitse autoriteiten niet binnen twee weken na de datum van ontvangst van de kennisgeving der voorlopige classificatie hun bezwaren kenbaar hebben gemaakt. In dergelijke gevallen wordt de juiste indeling door middel van overleg tussen de autoriteiten der krijgsmachten en de Duitse autoriteiten vastgesteld. De beloning over de periode waarover de voorlopige classificatie geldt, wordt betaald overeenkomstig de uiteindelijke classificatie. Dit wordt ten tijde van de voorlopige classificatie aan de werknemer medegedeeld.
**8.** Aanspraken van individuele werknemers welke voortvloeien uit werkzaamheden verricht bij de krijgsmachten, worden ingediend bij de Bondsrepubliek Duitsland. Zij zijn onderworpen aan de Duitse rechtsmacht in arbeidszaken. In geschillen welke voortvloeien uit ontslag om veiligheidsredenen zal echter, op verzoek van de hiertoe aangewezen autoriteiten van de krijgsmachten, een krachtens lid 10 van dit artikel ingestelde Gemengde Commissie beslissen of het ontslag met of zonder opzegging gerechtvaardigd was; de beslissing is bindend voor de Duitse rechter in arbeidszaken. Een dergelijk verzoek dient onverwijld te worden gedaan, doch uiterlijk binnen een maand nadat de autoriteiten van de krijgsmachten op de hoogte zijn gesteld van de instelling van de vordering. De betrokken persoon heeft het recht een verklaring ten aanzien van feitelijke of juridische aangelegenheden af te leggen voor de Commissie.
**9.** Voor de behartiging van hun belangen kunnen zij die bij de krijgsmachten werken bedrijfsraden instellen die tot taak zullen hebben voorstellen te doen en bezwaren en klachten voor te brengen bij de bevoegde autoriteiten van de krijgsmachten. Dergelijke raden hebben het recht door de bevoegde autoriteiten van de krijgsmachten te worden gehoord. Bezwaren of klachten welke op deze wijze niet worden opgelost, kunnen worden verwezen naar de bevoegde Duitse autoriteiten voor overleg met de autoriteiten van de krijgsmachten.
**10.** De in de leden 3 en 8 van dit artikel bedoelde Gemengde Commissies bestaan in gelijk aantal uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de Drie Mogendheden en uit vertegenwoordigers van de Bondsrepubliek. Zij nemen beslissingen bij meerderheid van stemmen; zij stellen hun eigen procedureregelingen vast waarin bepalingen kunnen worden opgenomen ten aanzien van de instelling van sub-commissies. Indien een Commissie of sub-commissie niet tot een beslissing kan komen met meerderheid van stemmen, benoemen de betrokken Mogendheid of Mogendheden en de Bondsrepubliek een persoon die als lid van de Commissie of sub-commissie aan het bereiken van een beslissing zal medewerken.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL DRIE › AFDELING II
Artikel 44
Arbeidskrachten
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956