**1.** De krijgsmachten hebben het recht burgerlijke dienstorganisaties te onderhouden welke bestaan uit personen van niet-Duitse nationaliteit.
**2.** De bestaande burgerlijke dienstorganisaties welke uit Duitsers bestaan, worden
in samenwerking met de bevoegde autoriteiten der Bondsrepubliek ontbonden niet later dan na afloop van het tijdvak van 2 jaar beginnend op de datum van de inwerkingtreding van dit Verdrag. De Drie Mogendheden en de Bondsrepubliek openen voor het einde van dit tijdvak besprekingen teneinde maatregelen te treffen om te verzekeren, dat de sterkte en de gevechtswaarde van de krijgsmachten niet nadelig worden beïnvloed als gevolg van deze ontbinding;
niet gebruikt voor diensten buiten het gebied der Bondsrepubliek.
**3.** Artikel 44 van dit Verdrag is van toepassing tenzij in dit artikel anders is bepaald.
**4.** Leden van de burgerlijke dienstorganisaties kunnen kost en inwoning ontvangen als deel van hun salaris of loon. Tijdens hun werk kan van hen worden geëist, dat zij, waar dit passend is, uniforme werkkleding dragen.
**5.** De arbeidsvoorwaarden in de zin van lid 5, sub a, van artikel 44 van dit Verdrag welke bij de inwerkingtreding van dit Verdrag van kracht zijn, worden zo spoedig mogelijk herzien en in grote trekken geüniformeerd op grond van verkregen overeenstemming tussen de autoriteiten der krijgsmachten en de Duitse autoriteiten.
**6.** De autoriteiten der krijgsmachten verrichten de classificatie van de leden van de burgerlijke dienstorganisaties; zij stellen de bevoegde Duitse autoriteiten van die classificatie op de hoogte en houden in voldoende mate rekening met alle door laatstgenoemden gedane wijzigingsvoorstellen.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL DRIE › AFDELING II
Artikel 45
Burgerlijke diensteenheden
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956