Naar hoofdinhoud
1. Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, oefenen de autoriteiten van de krijgsmachten bij uitsluiting rechtsmacht op strafrechtelijk gebied uit over de leden van de krijgsmachten. Op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland wordt geen doodvonnis ten uitvoer gelegd, zolang de Duitse wet een dergelijke straf niet kent. 2. Indien, volgens de wet van de betrokken Mogendheid, de militaire rechtbanken niet bevoegd zijn tot het uitoefenen van rechtsmacht op strafrechtelijk gebied over een lid van de krijgsmachten, kunnen de Duitse rechtbanken en autoriteiten rechtsmacht over hem uitoefenen met betrekking tot een feit dat strafbaar is volgens de Duitse wet en gepleegd is tegen Duitse belangen in overeenstemming met de hiernavolgende bepalingen: Geen strafprocedure, met uitzondering van die bedoeld in artikel 7 van dit Verdrag of van een dringend, zo mogelijk na overleg met de autoriteiten van de krijgsmachten uit te voeren vooronderzoek, wordt door de Duitse rechtbanken of autoriteiten ingesteld dan nadat de bevoegde Duitse autoriteiten overleg hebben gepleegd met de autoriteiten van de krijgsmachten en laatstgenoemden in de gelegenheid zijn gesteld binnen een en twintig dagen na ontvangst van de mededeling inzake de betreffende feiten, protest aan te tekenen of aanbevelingen te doen ten aanzien van de invloed van een dergelijke strafprocedure op de veiligheid van de krijgsmachten; de Duitse rechtbanken of autoriteiten zullen deze protesten en aanbevelingen naar behoren in aanmerking nemen. Een dergelijk overleg is echter niet vereist indien volgens de Duitse wet de straf voor het ten laste gelegde strafbare feit slechts hechtenis van ten hoogste zes weken of een boete van ten hoogste DM 150 bedraagt („Übertretung”), tenzij de Duitse autoriteiten van mening zijn dat in het betreffende geval de veiligheid van de krijgsmachten in het geding komt of zou kunnen komen. de Duitse rechtbanken en autoriteiten zullen binnen de hun door de Duitse wet toegekende vrijheid van handelen afzien van een vervolging in ieder geval waarin dit volgens de Duitse wet geoorloofd is; of de dader voldoende is gestraft door middel van disciplinaire maatregelen vanwege de autoriteiten van de krijgsmachten; de Duitse rechtbanken en autoriteiten nemen beslissingen ten aanzien van kwesties betreffende arrestatie, hechtenis en uitvoering van straffen overeenkomstig de bepalingen van de Duitse wet. De autoriteiten van de krijgsmachten zullen alle bevelen tot arrestatie en inhechtenisneming uitvoeren. Een beschuldigde die op deze wijze in hechtenis is genomen door de autoriteiten van de krijgsmachten, blijft onder hun bewaking tot hij op grond van een rechterlijke eindbeslissing („rechtskraftige richterliche Entscheidung”) wordt vrijgelaten of veroordeeld. De autoriteiten van de krijgsmachten nemen maatregelen welke er toe strekken om te voorkomen, dat het rechtsverloop op enigerlei wijze nadelig wordt beïnvloed („Verdunkelungsgefahr”). Zij houden een op deze wijze in hechtenis genomen beschuldigde ter beschikking van de Duitse rechtbanken en autoriteiten, verlenen de Duitse rechtbanken en autoriteiten te allen tijde toegang tot hem en geleiden hem op verzoek voor de Duitse rechter en autoriteiten in verband met het onderzoek, het proces en het ondergaan van het vonnis dat hem eventueel wordt opgelegd. Indien een beschuldigde niet in hechtenis wordt genomen, nemen de autoriteiten van de krijgsmachten maatregelen om te verzekeren, dat hij voor de bovengenoemde doeleinden ter beschikking staat van de Duitse rechtbanken of autoriteiten. iedere opgelegde vrijheidsstraf wordt in een Duitse strafinrichting ondergaan. In dit lid wordt onder de uitdrukking „een feit, strafbaar volgens de Duitse wet en gepleegd tegen Duitse belangen” verstaan ieder volgens de Duitse wet strafbaar feit dat niet is een strafbaar feit gericht tegen de krijgsmachten, hun leden of de eigendommen van de krijgsmachten of hun leden. 3. De bevoegdheid van de Duitse autoriteiten om bij uitsluiting rechtsmacht uit te oefenen over personen die onderworpen zijn aan de Duitse strafrechtspraak, omvat mede die gevallen waarin het strafbare feit is gericht tegen de krijgsmachten, hun leden, of de eigendommen van de krijgsmachten of hun leden. 4. Met toestemming van de Duitse autoriteiten kunnen de autoriteiten van de krijgsmachten bepaalde groepen van gevallen, of speciale gevallen, ten aanzien waarvan zij krachtens de bepalingen van lid 1 van dit artikel bij uitsluiting bevoegd zijn aan de Duitse rechtbanken of autoriteiten voor onderzoek, behandeling en beslissing overdragen. 5. Met toestemming van de autoriteiten van de krijgsmachten kunnen de Duitse autoriteiten aan de autoriteiten van de krijgsmachten voor onderzoek, behandeling en beslissing bepaalde gevallen overdragen van de in lid 3 van dit artikel omschreven aard, waarin de verdachte geen Duitser is. 6. In de gevallen, bedoeld in de leden 1 en 5 van dit artikel, passen de autoriteiten van de krijgsmachten hun eigen wet toe. Indien het bij dergelijke gevallen gaat om daden welke strafbaar zijn volgens de Duitse wet doch niet volgens de wet van de betrokken Mogendheid, is de Duitse wet van toepassing. 7. In de gevallen, bedoeld in de leden 3 en 4 van dit artikel, is de Duitse wet van toepassing. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel