Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1961

(1). Aan bewoners van het grensgebied, die niet in het bezit zijn van een geldig grensoverschrijdingsdocument, kan een doorlaatbewijs volgens het model van bijlage 3 worden verstrekt, indien de autoriteit van afgifte verklaart, dat de op het doorlaatbewijs vermelde personen hem bekend zijn, zulks teneinde hen in staat te stellen de grens groepsgewijs te overschrijden en ten hoogste twee dagen in het andere deel van het grensgebied te verblijven. (2). In een doorlaatbewijs worden ten minste vijf en ten hoogste vijftig personen opgenomen. De namen moeten in alfabetische volgorde worden vermeld. De reisleider, wiens naam boven aan de lijst dient te worden geplaatst, moet in het bezit zijn van een van de in artikel 3, lid 1 of 2, genoemde documenten. (3). De grensoverschrijding is slechts toegestaan langs de op het doorlaatbewijs vermelde officiële doorlaatposten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel