Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake het kleine grensverkeer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 1961

(1). Als document voor de grensoverschrijding en voor het verblijf in het andere deel van het grensgebied geldt een vergunning volgens het model van bijlage 1, welke aan Nederlanders wordt verstrekt, indien zij in het bezit zijn van een geldig of een niet langer dan vijf jaar verlopen nationaal paspoort en aan Duitsers, indien zij in het bezit zijn van een geldig nationaal paspoort, een Kinderausweis of een Personalausweis van de Bondsrepubliek Duitsland. (2). Aan Nederlanders, die in het Nederlandse deel van het grensgebied woonachtig zijn en die op het tijdstip van de aanvrage geen nationaal paspoort bezitten, kan als document een grenskaart volgens het model van bijlage 2 worden verstrekt. (3). Voor bewoners van het grensgebied, die Nederlander noch Duitser zijn, geldt als document een vergunning volgens het model van bijlage 1, welke wordt verstrekt, indien zij in het bezit zijn van een reisdocument geldig voor het overschrijden van de gemeenschappelijke grens. Deze vergunning mag, tenzij door de wederzijdse bevoegde autoriteiten in een bepaald geval anders is overeengekomen, slechts dan worden verstrekt, indien de aanvrager zes maanden in het grensgebied woonachtig is. (4). Kinderen beneden de leeftijd van 16 jaar kunnen op verzoek in de vergunning (lid 1 en 3) of in de grenskaart (lid 2) van hun wettelijke vertegenwoordiger worden bijgeschreven; indien hun een eigen vergunning of een eigen grenskaart wordt verstrekt, moet het adres van de wettelijke vertegenwoordiger daarin worden vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel